Het BD bestaat deze week een jaar. Het eerste artikel, ' Dalai Lama bezoekt Huy, België ' , verscheen op 25 mei 2012, zie pagina http://boeddhistischdagblad.nl/page/107/ misschien is het al weer page 108/ of 109/ als u dit leest.
Ruim 100 pages, met 10 artikelen per pagina (page), dat zijn er dus ruim 1000, drie per dag ; dat is veel, dat is te veel, vind ik.
Maar laat ik met het positieve beginnen.
De boeddhistische journalistieke wereld was tot een jaar geleden weliswaar niet woest en ledig, d.w.z. saai, maar naast *OpenBoeddhisme* (bijna anderhalf jaar geleden gestart) en mijn blog (herstart twee en een half jaar geleden) was er niet zo veel. De BOS deed er op de radio mondjesmaat aan, maar volstrekt a-kritisch, de BOS-televisie helemaal niet en ook het kwartaalblad ' BoedhaMagazine ' benadrukte vooral het positieve.
Daarmee vergeleken is de huidige situatie behoorlijk dynamisch; de (journalistieke) blogs vullen elkaar aan en beconcurreren elkaar lichtjes (al wordt dat niet zo gezegd), wat betreft primeurs.
Vooral de toon is gemiddeld wat anders geworden; het was een paar jaar geleden nog uiterst ongebruikelijk ook maar iets kritisch van een ander (persoon of organisatie) te zeggen, onmiddellijk werd tot 'zuiver spreken' gemaand, maar dat hoefde bijna niet: de cultuur was eenvoudig lief zijn voor elkaar. 'Ik bewonder jou en jij bewondert mij.'
Nu krijgt een raar telefoontje van de BUN-voorzitter aan Ron Sinnige (met het verzoek tot radio-stilte ) de aandacht die in het normale maatschappelijke leven ook bij zo'n actie van een bestuurder gebruikelijk is. Ook aandacht – in tweede instantie – in het BD, en kondigt de redacteur aan, deze voorzitter er in een aangekondigd interview over door te zagen (een term die hij niet gebruikte).
Niet dat het BD zo kritisch is (minder kritisch dan ze zelf denken in ieder geval), er is wel discussie mogelijk naar aanleiding van de er geplaatste artikelen.
Over veel onderwerpen ook.
Voor de lezer zijn wel 'tags' te zien maar geen 'tag-cloud' zodat de thema's onderscheiden lastig is, maar niet onmogelijk. Lang niet alle artikelen zijn echter van tags voorzien, met name de van andere (blogs) overgenomen artikelen niet, en die vormen een groot percentage.
=================================================================
Update 22 mei
Sinds gisteren heeft het BD een tag-cloud. Zou ik dan toch invloed hebben?
Nu nog een paar inhoudelijke wensen ingewilligd en ik word helemaal gelukkig.
=================================================================
Ik noem er toch een paar:
Genoemde Dalai Lama krijgt ruim 40 artikelen, 'Tibetaans boeddhisme' maar een handjevol: veel artikelen met de tag 'Dalai Lama' gaan over Tibet en Tibetanen maar niet over het boeddhisme, over de Dharma zelf, wel allerlei typen 'politieke' uitspraken van hem.
Ook zelfverbrandingen van Tibetanen hebben veel artikelen gevuld (evenveel als 'plofkippen', hoewel die twee niets met elkaar te maken hebben).
Toch is het geringe aantal artikelen over (de beoefening van) het Tibetaans boeddhisme (Vajrayana) opvallend. Er zijn best Tibetaans-boeddhistische bloggers actief (ik ken er minstens één) en anderen zijn vast wel bereid vanuit hun ervaring te schrijven.
Maar kennelijk zijn er veel lezers met interesse in het land, het volk en de cultuur van de Tibetanen zonder veel behoefte zich in de (moeilijke) inhoud van het Tibetaans boeddhisme te verdiepen, laat staan het zelf te beoefenen.
Theravada en Vipassana en Pali Canon scoren – samen – ruim twintig keer.
De 'tags' Zen en Zen-boeddhisme samen ruim dertig keer.
Zelfs Zen.Nl komt veel aan de orde in dit jaar, ik ben echt niet de enige die dit kartel steeds noemt.
Een van de interessante ervan is de bespreking door Maarten Barckhof van Ritskes 'Leer voelen wat je wilt voelen ', zie hier uit het begin van het BD.
Een citaat er uit “ Wat mij … opvalt, is de stelligheid waarmee persoonlijke ontdekkingen worden gepresenteerd, en het idee van maakbaarheid en verandering dat uit zowel de titel van het boek als de voordracht lijkt te spreken. Ik ervoer weinig ruimte voor eigen ervaring en acceptatie. ”
Een bespreking met voorspellend karakter.
En nog veel meer onderwerpen. Vaak ook met een Belgische bron, voor mij terra incognita.
Teveel, ik schreef het hierboven al en heb het ook in reacties in het BD wel geschreven. Te veel trivia en te veel onderwerpen die weinig tot niets met het boeddhisme en de beoefening er van te maken hebben . Maar opnieuw moet ik het bescheiden toegeven: veel lezers houden er van.
Eén van de opvallende zaken van het BD is wat 'gewone' kranten ook wel hebben maar je hier niet verwacht: het snel achter zich laten van een onderwerp . Weinig 'nazorg', weinig na een paar maanden nog eens checken hoe het er mee staat.
Maar ik vrees dat ook de lezers kort van memorie zijn.
Eigenlijk is Joop Hoek, de (hoofd)redacteur te aardig en wil hij ook graag aardig gevonden worden; misschien een goede eigenschap voor een boeddhist maar iets minder gewenst voor een journalist.
(Ik vind hem vaak ook aardig, zeker in z'n mailtjes aan mij en dat vind ik lastig)
Een ander heikel maar ook voor hem gevoelig punt: het in eerste instantie kommentaarloos letterlijk weergeven van persberichten, bijvoorbeeld van het BUN-bestuur, maar ook van het ministerie van Justitie, de VU en de BOS.
Joop Hoek ontkent dit maar ik blijf het beeld houden van heel lang (zo'n vijftig jaar) geleden dat Trouw opschreef wat de AR wilde, de Volkskrant van de KVP was en het Vrije Volk van de PvdA.
Een dieptepunt was (wat mij betreft) de manier van coveren van de beslissing van staatssecretaris Teeven van Justitie om de BUN te erkennen, ondanks een advies van het Kaski, dat niet definitief te doen. Dat speelde zich medio december 2012 af, met als dieptepunt (vond ik) het artikel “Rang is alleen Rang als er Rang op staat ” (zie hier of lees het juist maar niet )
Daar staan veel mooie artikelen, zelf geschreven of zelf gevonden, tegenover.
In die zin is het BD inmiddels onmisbaar geworden. Begrijpelijk dat veel lezers een soort abonnement op de ochtend- of de avond-edititie (het verschil is te verwaarlozen) hebben genomen; ik niet, ik surf er gewoon een paar keer per dag heen.
Het academische, de boeddhologie, krijgt weinig aandacht in het BD. Niet zo raar want veel van de lezers (vermoed ik) zijn daar ook niet in geïnteresseerd. Ik wel, mijn blog wel en ook dat van *OpenBoeddhisme* bijvoorbeeld.
Een gevolg is wel dat het hele tot stand komen (als het doorgaat) van de ambtsopleiding 'buddhist chaplain' en voorafgaand daaraan bachelor- en master-opleiding bij de VU de lezers grotendeels onthouden is. Inclusief de vreemde rol van de Boeddhistisch Zendende Instantie de BZI, een mooie kluif voor een journalist.
Maar één jaar is niet veel. En een dagblad met één schrijvende redacteur ook niet.
Aanvulling met een onderzoeksjournalist zou geen kwaad kunnen. En een beetje minder harmonieuze relatie met het BUN-bestuur ook niet trouwens, de behoefte het gezellig te houden kan wel wat minder.
Eerlijk gezegd vind ik soms de discussie (reacties op reacties) interessanter dan de artikelen zelf; het modereren ervan – dat redactielid (tevens webmaster) Paul van Buuren doet, is lastig, zou nog meer tijd vragen. Niet alleen onwelvoegelijke taal schrappen (met enige gene moet ik toegeven: ook wel van mij een enkele keer), maar vooral ook het on-topic houden van de discussie wat nu nog nauwelijks gebeurt.
Eigenlijk is het BD een dagblad en een discussieforum in één, misschien wel een lastige combinatie.
Nog één puntje BUN dan, in relatie (of juist niet) tot het Boeddhistisch Dagblad.
Op 24 oktober 2012 publiceerde Joop Hoek als redacteur het volgende hier volledig geciteerde artikel: “Waarom ongebonden boeddhisten lid zouden worden van de BUN ?
In verband met een journalistieke productie die deze week in het Boeddhistisch Dagblad wordt geplaatst, willen we graag reacties van zogenoemde ongebonden (niet aan een sangha verbonden) boeddhisten horen op de vraag: Willen zij als niet georganiseerde boeddhist lid worden van de Boeddhistische Unie Nederland (BUN). Wat verwachten zij van dat lidmaatschap? Hoe zou het stemrecht geregeld moeten worden van deze ongebondenen? Zouden de ongebondenen zich moeten verenigen en als groep aansluiting zoeken bij de BUN? Zijn de ongebondenen bereid contributie te betalen aan de BUN? Waarom zijn ze ongebonden? "
(Zie hier )
Liefst 43 reacties volgden hierop. Sommige dachten dat het BD deze vraag had gesteld op verzoek van de BUN-voorzitter, hij ontkende dat.
Mijn vraag nu is: hoe zit het met die aangekondigde journalistieke productie? Of gingen de reacties niet de goede richting in?
En mijn vraag is: hoe zit het met de aankondiging van de BUN in die periode (en de zomer er voor) dat in het voorjaar van 2013 een voorstel in de BUN-ledenvergadering besproken zou worden over het wel (of niet) betrekken van ongebonden aka ongeorganiseerde boeddhisten bij de BUN?
Een ledenvergadering die op 9 juni aanstaande plaatsvindt !
Dat kan een prachtig artikel worden in het kader van het eerste jubileumnummer van het Boeddhistisch Dagblad, met mogelijk een primeur.
Laat ik het samenvattend en afsluitend zo zeggen , en voor mijn doen zeer positief: ga maar door, met een aantal verbeteringen (weglatingen).
Maar laat ik er gelijk bij zeggen: ik hoop ook dat *OpenBoeddhisme*, het andere journalistieke blog, doorgaat en de andere – meer vanuit hun persoonlijke ervaringen schrijvende – bloggers doorgaan.
En dat de nieuwsgierigheid van de (boeddhistische) lezer hoe de zaken echt in elkaar zitten, verder toeneemt.
En dat tenslotte de grote en kleine machthebbers in boeddhistisch Nederland het bestaan van al deze media (een beetje) lastig blijven vinden.
Posts tonen met het label dialoog tussen boeddhistische tradities. Alle posts tonen
Posts tonen met het label dialoog tussen boeddhistische tradities. Alle posts tonen
maandag 20 mei 2013
maandag 13 mei 2013
Heilzame en onheilzame structuren van groepen Leidraad om groepen en leraren te waarderen
Het bestuur van de Deutschen Buddhistischen Union (DBU) heeft een leidraad geformuleerd om de mensen hulp en ondersteuning te geven die hun lidmaatschap van boeddhistische of andere groeperingen nog eens kritisch willen overwegen.
De DBU is de Duitse BUN, maar dan aanmerkelijk beter georganiseerd, ze hebben bijvoorbeeld al jaren een vorm om 'ongeorganiseerde boeddhisten' toch een rol in hun organisatie te kunnen laten spelen.
Hieronder vertaal ik deze leidraad, die volgens mij ook voor de situatie in Nederland (en dan denk ik niet alleen aan Zen.Nl maar breder) bruikbaar is.
Wel valt me op dat hier voor ons (Nederlandse) doen vanzelfsprekend van deelname aan expliciet boeddhistische groepen sprake is. In Nederland is dat juist niet altijd duidelijk. Vandaar dat ik in een nawoord twee vragen ten behoeve van het zoeken en de zelfreflectie toevoeg.
Voor het Duitse origineel, zie hier . De oorspronkelijke titel luidt: 'Heilsame und unheilsame Strukturen in Gruppen ' en is in 2007 door de DBU vastgesteld. Al is het maar twee pagina's, het is - ook in de ogen van de DBU-mensen zelf - een 'zwaar' stuk, er zit veel ervaring in verwerkt !
======================================================================
Update 15 mei
Ik had de DBU toestemming gevraagd, zo'n groot (vertaald) citaat uit hun 'handreiking' te mogen gebruiken.
Hun prachtige reactie (mooier dan mijn Duits): " das ist doch wunderbar, wenn unsere Handreichung auch zum Nutzen von Wesen ist, die in den Niederlanden leben. ;-)
Van alle teksten die ik de afgelopen jaren op deze blog heb gezet, heeft deze de meeste reacties opgeleverd, hier en op andere blogs/sites.
======================================================================
" Deze leidraad is bedoeld voor al diegenen die zich bezighouden met de leer van de Boeddha en op hun 'pad' in een groep ('sangha') door een leraar worden begeleid.
Onze motivatie voor het formuleren van deze leidraad is de behoefte aan bescherming en het voorkomen van problemen voor onszelf, voor onze (boeddhistische) groep en voor al degenen die aan het begin van hun 'pad' staan.
Duidelijkheid over de eigen motivatie biedt bescherming en steun om het heilzame tot stand te brengen en het onheilzame te vermijden.
De maatschappij waarin wij leven, is gebaseerd op de mensenrechten en de grondrechten die worden gegarandeerd door de grondwet. De 2500 jaar geleden door de Boeddha onderwezen ethiek is in overeenstemming met deze principes - ze moeten ook worden weerspiegeld in de structuren van de boeddhistische groepen.
De Boeddha zegt dat alle levende wezens de potentie hebben tot het volledige ontwaken. Op weg om dit potentieel te bereiken, echter, komen we veel obstakels tegen. Daar kunnen ook ongezonde groeps-structuren onder vallen die we hier willen beschrijven.
In elke vermeende aberratie is ook een positieve ontwikkeling verborgen, zolang we onszelf toestaan om onze situatie te spiegelen en om fouten te corrigeren. De persoonlijke keuzevrijheid kan steeds opnieuw worden veroverd.
In deze zin willen we aansporingen tot nadenken geven en de mensen aanmoedigen om de eigen perceptie en intuïtie te vertrouwen en zich een eigen oordeel te vormen.
De volgende vragen zijn bedoeld als een gids voor beginners, en tegelijkertijd een aansporing tot zelfreflectie van degenen al langer in een groep zitten.
Voor alle zoekenden is het behulpzaam om eerst de eigen verwachtingen te toetsen met vragen als:
* Wat zoek ik bij het boeddhisme?
* Wat verwacht ik van een groep?
* Was hoop ik bij een 'leraar' te verkrijgen?
* Zijn mijn verwachtingen realistisch?
Verder kunnen de volgende vragen ook nog behulpzaam zijn:
* Wat is mijn motivatie voor het begaan van het 'boeddhistische pad' ?
* Wat fascineert me in het boeddhisme?
* Ben ik gevoelig voor heilsgeschiedenissen of heilsverwachtingen?
* Welke rol spelen mijn behoeften voor de zekerheid, veiligheid, bevestiging en erkenning in m'n deelname aan een groep?
* Heb ik de indruk dat ik de groep net zo makkelijk kan verlaten als toen ik er binnenkwam?
* Heb ik de vrije keuze om contacten binnen en buiten de groep te onderhouden?
* Kan ik bekritiseren zonder te worden gediscrimineerd of veroordeeld?
* Staat in de groep de leer van Boeddha centraal of de leraren?
* Zijn de leraren gekwalificeerd door een grondige kennis van de boeddhistische leer en door hun eigen ervaring?
* Proberen de leraren zelf te leven volgens de leer van de Boeddha?
* Zijn de leraren en de desbetreffende groep ingebed in de eigen traditie?
* Zijn er contacten en uitwisselingen met andere groepen en leraren?
* Is er een bevestiging door andere erkende leraren?
* Ontstaat er afhankelijkheden in de relatie tussen leraar en leerling?
* Wat is de rol van titels, machtigingen en "carrièremogelijkheden" voor mij?
* Is er financiële transparantie in de organisatie?
* Is er in de groep sprake van 'vrijgevigheid'?
* Heb ik mijn financiële onafhankelijkheid weggegeven?
* Geef ik meer uit (aan de groep) dan in mijn omstandigheden verstandig is? Ben ik in schulden geraakt? Is dat bij anderen in de groep het geval?
* Wordt bij het werven van nieuwe leerlingen of bij oproepen tot vrijgevigheid agressieve methoden gehanteerd?
* Word ik in het (vrijwilligers)werk dat ik doe, uitgebuit?
* Worden er seksuele relaties aangemoedigd, die onheilzame gevolgen hebben?
* Wordt er druk of geweld uitgeoefend op mij of op andere leden van de groep?
* Worden optredende schuldgevoelens gebruikt of zelfs versterkt; of wordt er hulp geboden in het overwinnen ervan?
* Is er sprake van laster, verkeerde informatie of minachting voor critici, andersdenkenden of andere groepen, leraren of tradities?
* Worden andere leraren en andere vormen van beoefening op een de waarde ervan aanduidende manier genoemd of aanbevolen?
* Word ik gemotiveerd in het nemen van m'n eigen verantwoordelijkheid en in m'n zelfrespect?
CONCLUSIE
Heilzame structuren worden gekenmerkt door openheid, ook voor vragen en kritiek.
Leerlingen hebben in zulke structuren ruimte om eigen en ook afwijkende meningen te uiten.
Zij kunnen het geleerde door eigen studie toetsen.
Het staat hen vrij de groep of de leraar op elk door hen gekozen moment te verlaten.
======================================================================
Tot zover deze vertaling.
De handleiding vervolgt met het citeren van een deel van de toespraak van de Boeddha aan de Kalama's die de eigen verantwoordelijkheid van de individuele spirituele zoekende benadrukt.
Anguttara Nikaya, 3-66, zie voor Nederlandse vertaling bijvoorbeeld hier . Ik neem dit citaat uit de Pali Canon niet over omdat de Kalama Sutta, hoe waar het ook is wat er in staat, nog al eens misbruikt is om te argumenteren als zou iedereen zelf zou mogen bepalen wat de inhoud van de Dharma, van het boeddhisme, is.
Ik zou er twee vragen aan willen toevoegen waarbij wederom niet alleen aan Zen.Nl gedacht moet worden:
! * Als een groep zich 'Zen ' noemt maar elke verwijzing naar 'boeddhisme' ontbreekt,
! waarom wordt dan eigenlijk het woord 'Zen' in de aanduiding gebruikt ?
! * Als een groep als doel van de beoefening 'meditatie ' noemt en elke verwijzing
! naar het boeddhisme ontbreekt, op welke filosofie of levensbeschouwing
! baseert (de leraar van) deze groep zich dan eigenlijk?
======================================================================
Eigenlijk was ik opzoek naar een procedure of instantie bij de Deutsche Buddhistische Union (DBU) die ingeschakeld kan worden bij laakbaar gedrag van een boeddhistische leraar en/of groep.
Naast de hierboven vertaalde leidraad vond ik zoiets niet.
Wat er nog het dichtste bij kwam, is de website www.buddhistische-sekten.de/ van een (individuele) boeddhistische monnik.
Hier vond ik wel de resultaten van zijn pogingen, de DBU de activiteiten aan te zetten t.a.v. boeddhistische sekten en misbruik. Genoemde leidraad is een van de resultaten ervan.
Verder dit citaat over de meest actuele stand van zaken, dat ik onvertaald laat:
" Auf Initiative Franz Johannes Litschs gab es zur Mitgliederversammlung der DBU am 25. April 2011 einen Workshop zum Thema »Missbrauch«. Dem Workshop waren mehrere Ereignisse in buddhistischen Gemeinschaften in Deutschland vorausgegangen. Von den ca. 50 Teilnehmern des Workshops wurde einstimmig beschlossen, qualifizierte Ansprechpartner und Strukturen innerhalb der DBU zu schaffen, die zweifelnden, irritierten oder aktuell betroffenen Menschen die nötige Unterstützung und Informationen geben. Auch wurde die schon lange von Franz Johannes Litsch vorgeschlagene Idee der Einrichtung eines »Ethik-Rates« und das Aufstellen eines Lehrer-Verhaltenskodex aufgegriffen. Zur Umsetzung dieser Anliegen wurde eine Arbeitsgruppe »Ethikrat« gegründet, die ihr erstes Treffen vom 26.08.–28.08.2011 im Shambala Zentrum in Marburg hatte. Das 2. Treffen dieser Arbeitsgruppe fand vom 16.03.–18.03.2012 in Fulda statt; dabei wurde sich vor allem auf die Erarbeitung einer »Ethik Charta« konzentriert. "
Zie bron .
Conclusie:
Er zit dus iets – in de richting van een ' Ethische Commissie ' - aan te komen, maar er is geen kant en klaar model waarvan in Nederland gebruik kan worden gemaakt.
De DBU is de Duitse BUN, maar dan aanmerkelijk beter georganiseerd, ze hebben bijvoorbeeld al jaren een vorm om 'ongeorganiseerde boeddhisten' toch een rol in hun organisatie te kunnen laten spelen.
Hieronder vertaal ik deze leidraad, die volgens mij ook voor de situatie in Nederland (en dan denk ik niet alleen aan Zen.Nl maar breder) bruikbaar is.
Wel valt me op dat hier voor ons (Nederlandse) doen vanzelfsprekend van deelname aan expliciet boeddhistische groepen sprake is. In Nederland is dat juist niet altijd duidelijk. Vandaar dat ik in een nawoord twee vragen ten behoeve van het zoeken en de zelfreflectie toevoeg.
Voor het Duitse origineel, zie hier . De oorspronkelijke titel luidt: 'Heilsame und unheilsame Strukturen in Gruppen ' en is in 2007 door de DBU vastgesteld. Al is het maar twee pagina's, het is - ook in de ogen van de DBU-mensen zelf - een 'zwaar' stuk, er zit veel ervaring in verwerkt !
======================================================================
Update 15 mei
Ik had de DBU toestemming gevraagd, zo'n groot (vertaald) citaat uit hun 'handreiking' te mogen gebruiken.
Hun prachtige reactie (mooier dan mijn Duits): " das ist doch wunderbar, wenn unsere Handreichung auch zum Nutzen von Wesen ist, die in den Niederlanden leben. ;-)
Van alle teksten die ik de afgelopen jaren op deze blog heb gezet, heeft deze de meeste reacties opgeleverd, hier en op andere blogs/sites.
======================================================================
" Deze leidraad is bedoeld voor al diegenen die zich bezighouden met de leer van de Boeddha en op hun 'pad' in een groep ('sangha') door een leraar worden begeleid.
Onze motivatie voor het formuleren van deze leidraad is de behoefte aan bescherming en het voorkomen van problemen voor onszelf, voor onze (boeddhistische) groep en voor al degenen die aan het begin van hun 'pad' staan.
Duidelijkheid over de eigen motivatie biedt bescherming en steun om het heilzame tot stand te brengen en het onheilzame te vermijden.
De maatschappij waarin wij leven, is gebaseerd op de mensenrechten en de grondrechten die worden gegarandeerd door de grondwet. De 2500 jaar geleden door de Boeddha onderwezen ethiek is in overeenstemming met deze principes - ze moeten ook worden weerspiegeld in de structuren van de boeddhistische groepen.
De Boeddha zegt dat alle levende wezens de potentie hebben tot het volledige ontwaken. Op weg om dit potentieel te bereiken, echter, komen we veel obstakels tegen. Daar kunnen ook ongezonde groeps-structuren onder vallen die we hier willen beschrijven.
In elke vermeende aberratie is ook een positieve ontwikkeling verborgen, zolang we onszelf toestaan om onze situatie te spiegelen en om fouten te corrigeren. De persoonlijke keuzevrijheid kan steeds opnieuw worden veroverd.
In deze zin willen we aansporingen tot nadenken geven en de mensen aanmoedigen om de eigen perceptie en intuïtie te vertrouwen en zich een eigen oordeel te vormen.
De volgende vragen zijn bedoeld als een gids voor beginners, en tegelijkertijd een aansporing tot zelfreflectie van degenen al langer in een groep zitten.
Voor alle zoekenden is het behulpzaam om eerst de eigen verwachtingen te toetsen met vragen als:
* Wat zoek ik bij het boeddhisme?
* Wat verwacht ik van een groep?
* Was hoop ik bij een 'leraar' te verkrijgen?
* Zijn mijn verwachtingen realistisch?
Verder kunnen de volgende vragen ook nog behulpzaam zijn:
* Wat is mijn motivatie voor het begaan van het 'boeddhistische pad' ?
* Wat fascineert me in het boeddhisme?
* Ben ik gevoelig voor heilsgeschiedenissen of heilsverwachtingen?
* Welke rol spelen mijn behoeften voor de zekerheid, veiligheid, bevestiging en erkenning in m'n deelname aan een groep?
* Heb ik de indruk dat ik de groep net zo makkelijk kan verlaten als toen ik er binnenkwam?
* Heb ik de vrije keuze om contacten binnen en buiten de groep te onderhouden?
* Kan ik bekritiseren zonder te worden gediscrimineerd of veroordeeld?
* Staat in de groep de leer van Boeddha centraal of de leraren?
* Zijn de leraren gekwalificeerd door een grondige kennis van de boeddhistische leer en door hun eigen ervaring?
* Proberen de leraren zelf te leven volgens de leer van de Boeddha?
* Zijn de leraren en de desbetreffende groep ingebed in de eigen traditie?
* Zijn er contacten en uitwisselingen met andere groepen en leraren?
* Is er een bevestiging door andere erkende leraren?
* Ontstaat er afhankelijkheden in de relatie tussen leraar en leerling?
* Wat is de rol van titels, machtigingen en "carrièremogelijkheden" voor mij?
* Is er financiële transparantie in de organisatie?
* Is er in de groep sprake van 'vrijgevigheid'?
* Heb ik mijn financiële onafhankelijkheid weggegeven?
* Geef ik meer uit (aan de groep) dan in mijn omstandigheden verstandig is? Ben ik in schulden geraakt? Is dat bij anderen in de groep het geval?
* Wordt bij het werven van nieuwe leerlingen of bij oproepen tot vrijgevigheid agressieve methoden gehanteerd?
* Word ik in het (vrijwilligers)werk dat ik doe, uitgebuit?
* Worden er seksuele relaties aangemoedigd, die onheilzame gevolgen hebben?
* Wordt er druk of geweld uitgeoefend op mij of op andere leden van de groep?
* Worden optredende schuldgevoelens gebruikt of zelfs versterkt; of wordt er hulp geboden in het overwinnen ervan?
* Is er sprake van laster, verkeerde informatie of minachting voor critici, andersdenkenden of andere groepen, leraren of tradities?
* Worden andere leraren en andere vormen van beoefening op een de waarde ervan aanduidende manier genoemd of aanbevolen?
* Word ik gemotiveerd in het nemen van m'n eigen verantwoordelijkheid en in m'n zelfrespect?
CONCLUSIE
Heilzame structuren worden gekenmerkt door openheid, ook voor vragen en kritiek.
Leerlingen hebben in zulke structuren ruimte om eigen en ook afwijkende meningen te uiten.
Zij kunnen het geleerde door eigen studie toetsen.
Het staat hen vrij de groep of de leraar op elk door hen gekozen moment te verlaten.
======================================================================
Tot zover deze vertaling.
De handleiding vervolgt met het citeren van een deel van de toespraak van de Boeddha aan de Kalama's die de eigen verantwoordelijkheid van de individuele spirituele zoekende benadrukt.
Anguttara Nikaya, 3-66, zie voor Nederlandse vertaling bijvoorbeeld hier . Ik neem dit citaat uit de Pali Canon niet over omdat de Kalama Sutta, hoe waar het ook is wat er in staat, nog al eens misbruikt is om te argumenteren als zou iedereen zelf zou mogen bepalen wat de inhoud van de Dharma, van het boeddhisme, is.
Ik zou er twee vragen aan willen toevoegen waarbij wederom niet alleen aan Zen.Nl gedacht moet worden:
! * Als een groep zich 'Zen ' noemt maar elke verwijzing naar 'boeddhisme' ontbreekt,
! waarom wordt dan eigenlijk het woord 'Zen' in de aanduiding gebruikt ?
! * Als een groep als doel van de beoefening 'meditatie ' noemt en elke verwijzing
! naar het boeddhisme ontbreekt, op welke filosofie of levensbeschouwing
! baseert (de leraar van) deze groep zich dan eigenlijk?
======================================================================
Eigenlijk was ik opzoek naar een procedure of instantie bij de Deutsche Buddhistische Union (DBU) die ingeschakeld kan worden bij laakbaar gedrag van een boeddhistische leraar en/of groep.
Naast de hierboven vertaalde leidraad vond ik zoiets niet.
Wat er nog het dichtste bij kwam, is de website www.buddhistische-sekten.de/ van een (individuele) boeddhistische monnik.
Hier vond ik wel de resultaten van zijn pogingen, de DBU de activiteiten aan te zetten t.a.v. boeddhistische sekten en misbruik. Genoemde leidraad is een van de resultaten ervan.
Verder dit citaat over de meest actuele stand van zaken, dat ik onvertaald laat:
" Auf Initiative Franz Johannes Litschs gab es zur Mitgliederversammlung der DBU am 25. April 2011 einen Workshop zum Thema »Missbrauch«. Dem Workshop waren mehrere Ereignisse in buddhistischen Gemeinschaften in Deutschland vorausgegangen. Von den ca. 50 Teilnehmern des Workshops wurde einstimmig beschlossen, qualifizierte Ansprechpartner und Strukturen innerhalb der DBU zu schaffen, die zweifelnden, irritierten oder aktuell betroffenen Menschen die nötige Unterstützung und Informationen geben. Auch wurde die schon lange von Franz Johannes Litsch vorgeschlagene Idee der Einrichtung eines »Ethik-Rates« und das Aufstellen eines Lehrer-Verhaltenskodex aufgegriffen. Zur Umsetzung dieser Anliegen wurde eine Arbeitsgruppe »Ethikrat« gegründet, die ihr erstes Treffen vom 26.08.–28.08.2011 im Shambala Zentrum in Marburg hatte. Das 2. Treffen dieser Arbeitsgruppe fand vom 16.03.–18.03.2012 in Fulda statt; dabei wurde sich vor allem auf die Erarbeitung einer »Ethik Charta« konzentriert. "
Zie bron .
Conclusie:
Er zit dus iets – in de richting van een ' Ethische Commissie ' - aan te komen, maar er is geen kant en klaar model waarvan in Nederland gebruik kan worden gemaakt.
zaterdag 20 april 2013
Kunnen boeddhisten leren ?
Het onderstaande heb ik op 20 april als reactie geplaatst in het Boeddhistisch Dagblad.
Bij nader inzien vond ik het 'tijdeloos' genoeg, het ook in m'n eigen blog te plaatsen.
Context is de discussie over Ritskes en Zen.Nl waarover ik ook de afgelopen weken heb geschreven.
Hoewel er de komende dagen wellicht opnieuw een bommetje gegooid zal worden, denk ik dat het stof langzamerhand wel neer kan dalen in ‘de zaak Ritskes’.
En we dus toekomen aan de vraag: hoe nu verder?
En aan de vraag: wat leren we er van?
Het ‘hoe nu verder’ is primair de vraag bij Zen.Nl
Ritskes kan zich terugtrekken als hoofdleraar en z’n financiële banden ontwarren; of hij doet dat niet.
De ‘eigenaren’ van lokale Zen.Nl-vestigingen /leraren kunnen zich losmaken van Zen.Nl zoals in het verleden al door een aantal mensen is gedaan; of ze doen dat niet en tekenen (feitelijk of in de geest) een nieuwe loyaliteitsverklaring richting Ritskes. Het zal wel een mengvorm worden. Ik wens hen sterkte in hun keus.
De vraag ‘wat leren we er van’ geldt de boeddhistische gemeenschap , degenen die de laatste weken aan deze discussie hebben deelgenomen door te schrijven of door actief te lezen, en dat waren er zeer velen, blijkt uit de statistieken van de diverse blogs!
‘Leren discussiëren’ is het eerste; dat ging nog steeds onhandig maar dat is ‘ons’ ook niet kwalijk te nemen, dat is in het Nederlandse boeddhisme bijna nooit gedaan.
De lastigste probleem daarbij is: is het zinnig je af te vragen wat boeddhisme is en wat (al te westers, al te werelds) geen boeddhisme? De vraag is niet te beantwoorden maar is toch een belangrijke vraag, een paradox!
Over dat discussiëren zijn nog veel meer vragen te stellen, bijvoorbeeld: hoe zo’n discussie te modereren en moet daarbij de moderator actief meepraten?
Een specifiek thema zal steeds meer blijken te zijn: de rol van de leraar. Moeten ‘we’ het traditionele Aziatische model blijven hanteren of kunnen we een meer horizontaal westers model vinden waarin wel overeind blijft dat de één verder op het pad is dan de ander?
Uiteindelijk gaat het hier om de vraag: zijn we gezamenlijk verantwoordelijk voor de vorm die het boeddhisme in Nederland (in al haar veelvormigheid) aan gaat nemen?
Ik denk van wel, ‘leven en laten leven’ is niet genoeg.
En die verantwoordelijkheid kunnen we niet aan een instantie overlaten.
Update 21 april
Er lopen nog steeds diverse discussies over diverse thema's van 'de zaak Ritskes'
Op bovenstaande thread volgden er een drietal reacties (deels) op mijn reactie.
Ik schreef daar weer over:
Nieuws kan gebracht worden in de vorm van of kan het effect hebben van een bommetje, het was geen oordeel maar een metaforische manier van zeggen, Joop Ha
En of ‘Rients Ritskes onwaarheid heeft gesproken over zijn autorisatie als leraar‘ is vanaf het begin (voor mij zoals ik eerder schreef: 2011) niet m’n punt geweest. Het punt is het schermen met autorisaties en zogenaamd wetenschappelijk gemeten effecten.
(En ‘autorisatie’ is voor mij geen Dharma-begrip)
Blijven mijn vragen: ‘wat nu te doen’; en ‘wat leren we hiervan’?
Zowel ‘vanuit stilte en de oprechte wens tot zelfreflectie ‘, zoals Anne terecht zegt.
Maar ook in de openbaarheid – want daarin ben ik het niet met haar (of hem?) eens – er zijn voor mij geen ‘situaties die je niet direct aangaan ‘.
Met Pjotr ben ik het eens. Ik heb ook wel een idee hoe de door hem bedoelde ‘constructie’ voor individuele Zen.Nl-leraren er uit zou kunnen zien maar ben misschien niet de geschikte autoriteit om dat voor te stellen en misschien is het nog te vroeg daarvoor.
Want nogmaals: meer dan wat Ritskes nu zou kunnen zeggen vind ik het interessant wat zijn leerlingen (lokale ‘leraren’) vinden van de situatie.
Op een andere thread schreef 'Frank' over het uitsteken van de hand naar de ander.
Mijn reactie:
Ik wil wel een stukje met je suggestie meegaan, Frank (zonder achternaam).
Alleen, was het maar waar dat ‘Nederlandse zen gemeenschap ‘ van zich heeft laten horen; de andere Zen-sangha’s (dan Zen.Nl) laten juist niet van zich horen. Meer types zoals ik: wel boeddhist, maar geen Zen-boeddhist, en betrokken op het hele boeddhisme.
Je wil net als ik weten ‘wat zen.nl leraren en leraren in opleiding van deze situatie vinden‘; ze lijken wel verlamd en dat kan ik me voorstellen; misschien moet iemand ze bij elkaar roepen en ze over hun situatie laten praten (ook over de financiële dimensie daarvan want die kant ligt wel onder de hele problematiek)
En Rient Ritskes heeft zich in een eenzame hoek gemanoevreerd, ik hoop dat hij – zonder echte leraar zijnde – een vertrouwenspersoon heeft waarmee hij kan afwegen of hij wel of niet terugtreedt als hoofdleraar van Zen.Nl en hoe het met dat geld moet.
Meer hand kan ik niet uitsteken, het moet van mensen van Zen.Nl zelf komen.
Of van andere Zen-leraren.
Dat was het voorlopig
Ik ga even onder water; voor een week, of twee.
Bij nader inzien vond ik het 'tijdeloos' genoeg, het ook in m'n eigen blog te plaatsen.
Context is de discussie over Ritskes en Zen.Nl waarover ik ook de afgelopen weken heb geschreven.
Hoewel er de komende dagen wellicht opnieuw een bommetje gegooid zal worden, denk ik dat het stof langzamerhand wel neer kan dalen in ‘de zaak Ritskes’.
En we dus toekomen aan de vraag: hoe nu verder?
En aan de vraag: wat leren we er van?
Het ‘hoe nu verder’ is primair de vraag bij Zen.Nl
Ritskes kan zich terugtrekken als hoofdleraar en z’n financiële banden ontwarren; of hij doet dat niet.
De ‘eigenaren’ van lokale Zen.Nl-vestigingen /leraren kunnen zich losmaken van Zen.Nl zoals in het verleden al door een aantal mensen is gedaan; of ze doen dat niet en tekenen (feitelijk of in de geest) een nieuwe loyaliteitsverklaring richting Ritskes. Het zal wel een mengvorm worden. Ik wens hen sterkte in hun keus.
De vraag ‘wat leren we er van’ geldt de boeddhistische gemeenschap , degenen die de laatste weken aan deze discussie hebben deelgenomen door te schrijven of door actief te lezen, en dat waren er zeer velen, blijkt uit de statistieken van de diverse blogs!
‘Leren discussiëren’ is het eerste; dat ging nog steeds onhandig maar dat is ‘ons’ ook niet kwalijk te nemen, dat is in het Nederlandse boeddhisme bijna nooit gedaan.
De lastigste probleem daarbij is: is het zinnig je af te vragen wat boeddhisme is en wat (al te westers, al te werelds) geen boeddhisme? De vraag is niet te beantwoorden maar is toch een belangrijke vraag, een paradox!
Over dat discussiëren zijn nog veel meer vragen te stellen, bijvoorbeeld: hoe zo’n discussie te modereren en moet daarbij de moderator actief meepraten?
Een specifiek thema zal steeds meer blijken te zijn: de rol van de leraar. Moeten ‘we’ het traditionele Aziatische model blijven hanteren of kunnen we een meer horizontaal westers model vinden waarin wel overeind blijft dat de één verder op het pad is dan de ander?
Uiteindelijk gaat het hier om de vraag: zijn we gezamenlijk verantwoordelijk voor de vorm die het boeddhisme in Nederland (in al haar veelvormigheid) aan gaat nemen?
Ik denk van wel, ‘leven en laten leven’ is niet genoeg.
En die verantwoordelijkheid kunnen we niet aan een instantie overlaten.
Update 21 april
Er lopen nog steeds diverse discussies over diverse thema's van 'de zaak Ritskes'
Op bovenstaande thread volgden er een drietal reacties (deels) op mijn reactie.
Ik schreef daar weer over:
Nieuws kan gebracht worden in de vorm van of kan het effect hebben van een bommetje, het was geen oordeel maar een metaforische manier van zeggen, Joop Ha
En of ‘Rients Ritskes onwaarheid heeft gesproken over zijn autorisatie als leraar‘ is vanaf het begin (voor mij zoals ik eerder schreef: 2011) niet m’n punt geweest. Het punt is het schermen met autorisaties en zogenaamd wetenschappelijk gemeten effecten.
(En ‘autorisatie’ is voor mij geen Dharma-begrip)
Blijven mijn vragen: ‘wat nu te doen’; en ‘wat leren we hiervan’?
Zowel ‘vanuit stilte en de oprechte wens tot zelfreflectie ‘, zoals Anne terecht zegt.
Maar ook in de openbaarheid – want daarin ben ik het niet met haar (of hem?) eens – er zijn voor mij geen ‘situaties die je niet direct aangaan ‘.
Met Pjotr ben ik het eens. Ik heb ook wel een idee hoe de door hem bedoelde ‘constructie’ voor individuele Zen.Nl-leraren er uit zou kunnen zien maar ben misschien niet de geschikte autoriteit om dat voor te stellen en misschien is het nog te vroeg daarvoor.
Want nogmaals: meer dan wat Ritskes nu zou kunnen zeggen vind ik het interessant wat zijn leerlingen (lokale ‘leraren’) vinden van de situatie.
Op een andere thread schreef 'Frank' over het uitsteken van de hand naar de ander.
Mijn reactie:
Ik wil wel een stukje met je suggestie meegaan, Frank (zonder achternaam).
Alleen, was het maar waar dat ‘Nederlandse zen gemeenschap ‘ van zich heeft laten horen; de andere Zen-sangha’s (dan Zen.Nl) laten juist niet van zich horen. Meer types zoals ik: wel boeddhist, maar geen Zen-boeddhist, en betrokken op het hele boeddhisme.
Je wil net als ik weten ‘wat zen.nl leraren en leraren in opleiding van deze situatie vinden‘; ze lijken wel verlamd en dat kan ik me voorstellen; misschien moet iemand ze bij elkaar roepen en ze over hun situatie laten praten (ook over de financiële dimensie daarvan want die kant ligt wel onder de hele problematiek)
En Rient Ritskes heeft zich in een eenzame hoek gemanoevreerd, ik hoop dat hij – zonder echte leraar zijnde – een vertrouwenspersoon heeft waarmee hij kan afwegen of hij wel of niet terugtreedt als hoofdleraar van Zen.Nl en hoe het met dat geld moet.
Meer hand kan ik niet uitsteken, het moet van mensen van Zen.Nl zelf komen.
Of van andere Zen-leraren.
Dat was het voorlopig
Ik ga even onder water; voor een week, of twee.
dinsdag 16 april 2013
De vreemde wereld van Zen
Net als het Boeddhistisch Dagblad ontving ik een persbericht, getiteld 'Titelfraude Zen.nl, autorisaties zonder formele waarde ' met het verzoek het te plaatsen.
Ik neem het hier op als bijlage 1. Dit bericht werd 'verzonden namens en op verzoek van Sokun Tsushimoto Roshi', ik kreeg het van Ron Sinnige.
Dit bericht veroorzaakte grote onrust bij de schrijvers van reacties in het BD.
Zie het bericht van 14 april , met 21 reacties, vooral van leerlingen
Ik heb er ook een paar geschreven op een eerder bericht, een weergave van het persbericht van Zen.Nl , die copieer ik hieronder (bijlage 2).
Hier wil ik iets schrijven over de wonderlijke wereld van Zen, door sommigen ook wel genoemd Zen-boeddhisme.
Hoezo, is 'Zen ' dan niet gewoon een afkorting van 'Zen-boeddhisme ' ?
Volgens sommigen van de aanhangers van deze stroming(en) kennelijk niet. Zelfs de meest elementaire principes van het boeddhisme (over anicca, anatta, dukkha en de Vier Edele Waarheden bijvoorbeeld) worden terzijde geschoven door deze aanhangers, die de woorden Boeddha en boeddhisme ook niet gebruiken. Rients Ritskes is volgens mij een van dezen, al moet ik toegeven lang niet alles van zijn boeken gelezen te hebben, ik kan niet tegen zijn onderwerpkeus en zijn vorm van positief denken (zie mijn blog daarover)
Overigens: ik ken ook 'Zennies' die nadrukkelijk wel boeddhist zijn, die naar de letter of naar de geest toevlucht hebben genomen.
Waar deze vorm van Zen wel extreem veel waarde aan hecht, is het begrip 'lineage '. Een Engels woord (Zen heet wel uit Japan te komen maar is nogal Amerikaans net zo als de pizza) dat vertaald kan worden als afstammingslijn . Van de huidige leraar van een beoefenaar rechtsstreeks via Japanse-Chinese-Indiase stappen naar de historische Boeddha, hier meestal Sakyamuni genoemd (Theravadins gebruiken die eigennaam nooit, die spreken van Siddharta en/of Gautama om de historische Boeddha aan te duiden)
Het is typisch Oostaziatisch (China, Japan) fenomeen dat veel lijkt op de daar toch al belangrijke voorouderverering. In India (vroeger) en in Theravada-landen speelt het slechts een ondergeschikte rol.
De wat ironische kritiek op de historische betrouwbaarheid van het lineage-denken in het algemeen is mooi beschreven door John R. McRae in 'Seeing through Zen: Encounter, Transformation, and Genealogy in Chinese Chan Buddhism ', Berkeley: University of California Press, 2003. Zie als klikbaar plaatje zijn 'Rules of Zen studies .

In het vroege boeddhisme, in de Pali Canon en in Theravada speelt de leraar ook een rol. Vooral de Boeddha zelf als leraar dan; maar ook wel de senior-monnik.
Maar vooral toch is de leer de leraar
Duidelijk wordt dat verwoord in twee citaten uit de Maha Parinibbana Sutta (Digha Nikaya 16):
“ 2.26. Wees daarom, Ananda, als een eiland voor jullie zelf, een toevlucht voor jullie zelf, zoek geen externe toevlucht. Met de Dhamma als jullie eiland, met de Dhamma als jullie toevlucht, zoek geen andere toevlucht.
en
6.1. En de Heer zei tegen de Eerwaarde Ananda: "Het kan zijn, Ananda, dat in sommigen van jullie de gedachte opkomt: 'De instructies van de Meester zijn er niet meer; wij hebben geen Leraar meer.' Maar zo, Ananda, moet dat niet worden gezien. Want, Ananda, dat wat ik verkondigd heb en bekend gemaakt heb als de Dhamma en de Discipline, dat zal jullie Leraar zijn nadat ik ben heengegaan."
Bron: hier
Ook elders in de Sutta's komt nergens de uitspraak van de Boeddha voor dat hij een opvolger (onder zijn monniken) benoemd
Een opmerking van Buddhadasa Bhikku spreekt mij wat dat betreft zeer aan:
The next consideration is what they call an "acariya (teacher, master)".But in truth, even in the old training systems, they did not talk much about "acariya." They called such a person a "good friend (kalyana-mitta)." To say "friend" - an advisor who can help us with certain things - is correct.We should not forget, however, principle that no one can help someone else directly. Yet nowadays, everyone wants to have a teacher to supervise them! A good friend is someone who has extensive personal experience and knowledge about the meditation practice or whatever else it is that we are striving to do. Although he is able to answer questions and explain some difficulties, it is not necessary for him to sit over us and supervise every breath. A good friend who will answer questions and help us work through certain obstacles is more than enough. To have such a kalyana-mitta is one more thing to arrange.”
Als ik vanuit deze optiek het persbericht lees, kan ik dat alleen maar hoofdschuddend doen.
Maar ook met compassie, voor degenen die dure cursussen bij Zen.Nl hebben gevolgd en dachten daarmee een 'echte' Zen-titel te verkrijgen.
Behalve dat een titel vanuit mijn perspectief helemaal niets betekent, betekenen deze specifiek Zen.Nl-titels ook nog eens niks vanuit Zen-perspectief.
Kortom: ook in Zen is dukkha volop aanwezig, of ze het weten of niet.
Nawoord
Het is nu twee dagen na de hete zondag 14 april waarin Rients Ritskes gebraden werd.
Tot nu heeft niemand van de leraren van andere Zen-sangha's in Nederland zich publiekelijk uitgelaten over deze zaak.
Ook (het bestuur of lerarenraad van) de BUN niet, maar dat had ik ook niet verwacht, die zijn volstrekt irrelevant.
Bijlage 1
Persbericht, verzonden namens en op verzoek van Sokun Tsushimoto Roshi
Titelfraude Zen.nl, autorisaties zonder formele waarde
Rients Ritskes, leider van Zen.nl, leidt al jarenlang mensen op tot zenleraar of zenmeester zonder dat hij zelf enige autorisatie heeft. Alle autorisaties van Zen.nl zijn daarmee formeel zonder waarde.
Ritskes maakte valse claims over zijn status op zijn website en in interviews en gesprekken. Hij beweerde dat hij in 1999 als zenmeester was geautoriseerd door Sokun Tsushimoto Roshi, een Japanse zenmeester die momenteel arts is. Ritskes noemt zichzelf ‘Zen Master’, ‘Dai Osho’ en ‘Roshi’. Hij incasseert hoge bedragen voor opleidingen. Op aandringen van Tsushimoto Roshi heeft hij begin april zijn valse claim van zijn website verwijderd. Op veel andere plaatsen op internet is deze nog wel te vinden. Tsushimoto Roshi heeft ook aangedrongen op een publieke verklaring waarin Ritskes de waarheid vertelt. Tot op heden is niet aan dit verzoek voldaan. De gedragscode van Zen.nl kent de volgende bepaling: ‘Je doorziet je eigen tekortkomingen en kunt waar nodig goed excuses maken’ (http://www.zen.nl/nl/gedragscode.php’) .
Sokun Tsushimoto Roshi was niet op de hoogte van de claim van Ritskes tot begin april van dit jaar. Op zijn website www.revsokun.net schrijft Tsushimoto nu: ‘I declare that I have never ever authorized anyone as a Roshi (zen master).’ Hij geeft aan dat hij ‘erg verdrietig en woedend’ is dat hij op deze manier door Ritskes gebruikt is. Hij heeft Ritskes in 1999 als teken van vriendschap een rakusu gegeven, een Japans symbool van het monnikskleed van de Boeddha. Daarover zegt Tsushimoto: ‘Als een zenmeester zijn leerling autoriseert als Dharma-opvolger, geeft hij hem officieel een ‘Inka-certificaat’ (kalligrafie) als bewijs van autorisatie. Dan krijgt de leerling de titel Roshi. Een andere vorm van autorisatie, bijvoorbeeld het geven van een rakusu, monnikskleed en dergelijke, is niet toegestaan.’
Ritskes vraagt voor zijn opleidingsprogramma een bedrag van 297,50 per maand (minder draagkrachtigen kunnen in overleg een korting krijgen op dit bedrag). Mensen kunnen een ‘eerste-, tweede- en derdegraads bevoegdheid’ halen binnen een vastgesteld aantal jaren, als ze aan bepaalde kwalificaties en inspanningen voldoen. Op dit moment volgen 135 mensen de opleiding in enig stadium. Ruim 100 mensen hebben eerder (een deel van) de opleiding gevolgd. De bruto inkomsten uit alleen al dit traject van Zen.nl lopen daarmee in de tonnen per jaar.
Tsushimoto Roshi over de termijnen en de bedragen: ‘Je kunt zen niet kopen. Het is totale nonsens om te stellen dat je zenleraar of zenmeester kunt worden binnen een bepaalde tijd, ook al moet je daarbij aan een aantal voorwaarden voldoen. Zen is individuele beoefening waarbij je zoekt naar je ware zelf, dat niet-zelf is. Een echte zenmeester of leraar vraagt geen hoge geldbedragen voor cursussen en zentraining.’
Nadat Ritskes begin april door Tsushimoto Roshi is aangesproken op zijn valse voorstelling van zaken, schrijft Ritskes hem plotseling iets anders over zijn autorisatie. Hij verklaart nu dat ‘zijn 30 leraren’ in 2010 besloten om hem als zenmeester / roshi te autoriseren. Volgens Ritskes tekenden ze daartoe een certificaat en gaven ze hem een nieuwe rakusu. In de zentraditie is het niet mogelijk dat studenten hun leraar autoriseren. Mogelijk daarom laat Ritskes tegelijk aan Tsushimoto Roshi weten dat hij in Nederland ‘al uitgebreid heeft aangekondigd’ dat hij vanaf nu doorgaat zonder enige verbinding met het Japanse Rinzai zen, en dat Tsushimoto geen autorisatie heeft verleend aan Ritskes.
Onder druk van de omstandigheden heeft Ritskes inmiddels zelf een persbericht uitgebracht waarin hij het doet voorkomen alsof hij uit vrije wil ‘breekt’ met zijn Japanse meester (die hij niet heeft) en dat hij naar Japan is om ‘zijn monnikskleed’ terug te brengen. Overigens woont Tsushimoto Roshi momenteel in Londen. Ook geeft Ritskes in zijn persbericht opnieuw een valse voorstelling van zaken over zijn vermeende autorisatie. '
Bijlage 2
Reacties van mij over 'de zaak Ritskes' in het Boeddistisch Dagblad
( http://boeddhistischdagblad.nl/zenleraar-rients-ritskes-neemt-afstand-van-japanse-zenmeester/#comments )
Ik citeer hier alleen mezelf en niet de andere reageerders waarop ik soms weer reageer. Een paar keer heb ik naar andere reacties verwezen, dat schrap ik hier.
De haiku (die ik zelf had geschreven) vind ik nog steeds wel gaaf.
Een opvallend bericht. Maar ook een merkwaardig bericht dat context en commentaar verdient. Ik heb dat in mijn blog over dit bericht geprobeerd http://joopromeijn.blogspot.nl/2013/04/asjemenou-zenleraar-rients-ritskes.html
Het bericht staat nu (12 april) ook op de website van Zen.Nl, als persbericht, zonder veel spirituele diepgang.
Die website moet trouwens drastisch worden herzien, nu de wortels met de Japanse zen worden doorgesneden, titels als ‘osho’ zullen waarschijnlijk verdwijnen en sesshins zullen geen sesshins meer heten.
Nog één suggestie voor de altijd creatieve en de tijdgeest aanvoelende Ritskes: schrap de
term ‘Zen’ en vervang haar door een flitsender begrip.
=======================================================================
Nog een aanvulling, over mijn suggestie hierboven.
Daarvoor moet je de geschiedenis van de verspreiding van het boeddhisme een beetje kennen.
Meditatie (ook maar een woord, je kan het ook concentratie noemen) is in het Pali ‘Jhana ‘, in het Sanskriet ‘Dhyana ‘, in het Chinees ‘ Chan ‘ en in het Japans ‘Zen ‘.
Nu de volgende stap, door Ritskes te nemen: noem het ‘Med ‘, als afkorting van ‘meditatie’.
‘ Med.Nl ‘, wie claimt het eerst die naam?
‘ Con.Nl ‘, als afkorting van ‘concentratie’ kan ook maar vind ik minder fraai.
En nog wat: wat zullen andere Zen- en Chan- en Leven-in-aandacht-sangha’s van deze stap van Ritskes vinden ?
=======================================================================
Haiku van een onbekend auteur:
De Boeddha noemt zijn leer
“lijden en het beëindigen van het lijden”.
Zen is pissen tegen de wind
=======================================================================
….
Mijn bezorgdheid over de ontwikkelingen bij Zen.Nl zijn tweeërlei:
- Het commerciele, het positieve denken en op succesvolle doelstellingen gericht zijn. De religieuze of levensbeschouwelijke dimensie die het Zen-boeddhisme ook heeft (en waar zowel jij als ik waarde aan hechten, denk ik te mogen zeggen, Jules) verdwijnt uit het zicht.
- Een ontwikkeling die licht maar toch geleidelijk steeds nadrukkelijker in de richting van een sekte gaat, het verbreken van de banden met Japanse leraren (wat mij op zich niet interesseert) is daar weer een symptoom van. Dat is een zorg t.a.v. de cursisten die contracten moeten sluiten maar ook t.a.v. het boeddhisme in Nederland in het algemeen; immers in steeds meer plaatsen heeft Zen.Nl een monopolie-positie om (boeddhistisch) te kunnen mediteren. Ook de rol die HET BOEK van R.R. in de cursussen speelt, vind ik eng.
Op die reden zouden ook andere Zen-sangha’s in Nederland zich zorgen moeten maken en dat ook (want ik weet dat sommigen er ongelukkig mee zijn) hardop durven zeggen. Maar ik vermoed dat die bang zijn van jaloersheid op het succes van Zen.Nl te worden beschuldigd.
Verder weet ik ook mezelf onder te pissen, al ben ik pas een beginner op het gebied van de Zen-humor.
=======================================================================
….
Wie kan min of meer objectief oordelen over de Zen.Nl-controverse? Iedereen is belanghebbend, ook de hoogleraren van der Braak en van der Velde een beetje.
Het gaat trouwens niet alleen om commercie of niet maar om wat bij Zen zeer belangrijk, haast wel heilig , is: de lineage. En daar heeft RR een knoeiboel van gemaakt, dat is een van de weinige dingen die zeker is.
=======================================================================
Nog even terugkomen op m’n opmerking van vanmiddag “Iedereen is belanghebbend, ook de hoogleraren van der Braak en van der Velde een beetje.”
Beide heren hebben college gegeven (ik neem aan tegen een redelijke vergoeding) aan een door Ritskes georganiseerde prestigieuze ‘Zenfilosofie Zomercursus ‘, in 2012. Dat kan maar dat maakt hen minder geschikt als eventuele bemiddelaars of scheidsrechters in de huidige controverse.
De door de Boeddhistische Unie Nederland (BUN) ingestelde ‘Lerarenraad’ (waar Ritskes ook in zit) is daar ook niet geschikt voor, denk ik.
Ik neem het hier op als bijlage 1. Dit bericht werd 'verzonden namens en op verzoek van Sokun Tsushimoto Roshi', ik kreeg het van Ron Sinnige.
Dit bericht veroorzaakte grote onrust bij de schrijvers van reacties in het BD.
Zie het bericht van 14 april , met 21 reacties, vooral van leerlingen
Ik heb er ook een paar geschreven op een eerder bericht, een weergave van het persbericht van Zen.Nl , die copieer ik hieronder (bijlage 2).
Hier wil ik iets schrijven over de wonderlijke wereld van Zen, door sommigen ook wel genoemd Zen-boeddhisme.
Hoezo, is 'Zen ' dan niet gewoon een afkorting van 'Zen-boeddhisme ' ?
Volgens sommigen van de aanhangers van deze stroming(en) kennelijk niet. Zelfs de meest elementaire principes van het boeddhisme (over anicca, anatta, dukkha en de Vier Edele Waarheden bijvoorbeeld) worden terzijde geschoven door deze aanhangers, die de woorden Boeddha en boeddhisme ook niet gebruiken. Rients Ritskes is volgens mij een van dezen, al moet ik toegeven lang niet alles van zijn boeken gelezen te hebben, ik kan niet tegen zijn onderwerpkeus en zijn vorm van positief denken (zie mijn blog daarover)
Overigens: ik ken ook 'Zennies' die nadrukkelijk wel boeddhist zijn, die naar de letter of naar de geest toevlucht hebben genomen.
Waar deze vorm van Zen wel extreem veel waarde aan hecht, is het begrip 'lineage '. Een Engels woord (Zen heet wel uit Japan te komen maar is nogal Amerikaans net zo als de pizza) dat vertaald kan worden als afstammingslijn . Van de huidige leraar van een beoefenaar rechtsstreeks via Japanse-Chinese-Indiase stappen naar de historische Boeddha, hier meestal Sakyamuni genoemd (Theravadins gebruiken die eigennaam nooit, die spreken van Siddharta en/of Gautama om de historische Boeddha aan te duiden)
Het is typisch Oostaziatisch (China, Japan) fenomeen dat veel lijkt op de daar toch al belangrijke voorouderverering. In India (vroeger) en in Theravada-landen speelt het slechts een ondergeschikte rol.
De wat ironische kritiek op de historische betrouwbaarheid van het lineage-denken in het algemeen is mooi beschreven door John R. McRae in 'Seeing through Zen: Encounter, Transformation, and Genealogy in Chinese Chan Buddhism ', Berkeley: University of California Press, 2003. Zie als klikbaar plaatje zijn 'Rules of Zen studies .

In het vroege boeddhisme, in de Pali Canon en in Theravada speelt de leraar ook een rol. Vooral de Boeddha zelf als leraar dan; maar ook wel de senior-monnik.
Maar vooral toch is de leer de leraar
Duidelijk wordt dat verwoord in twee citaten uit de Maha Parinibbana Sutta (Digha Nikaya 16):
“ 2.26. Wees daarom, Ananda, als een eiland voor jullie zelf, een toevlucht voor jullie zelf, zoek geen externe toevlucht. Met de Dhamma als jullie eiland, met de Dhamma als jullie toevlucht, zoek geen andere toevlucht.
en
6.1. En de Heer zei tegen de Eerwaarde Ananda: "Het kan zijn, Ananda, dat in sommigen van jullie de gedachte opkomt: 'De instructies van de Meester zijn er niet meer; wij hebben geen Leraar meer.' Maar zo, Ananda, moet dat niet worden gezien. Want, Ananda, dat wat ik verkondigd heb en bekend gemaakt heb als de Dhamma en de Discipline, dat zal jullie Leraar zijn nadat ik ben heengegaan."
Bron: hier
Ook elders in de Sutta's komt nergens de uitspraak van de Boeddha voor dat hij een opvolger (onder zijn monniken) benoemd
Een opmerking van Buddhadasa Bhikku spreekt mij wat dat betreft zeer aan:
The next consideration is what they call an "acariya (teacher, master)".But in truth, even in the old training systems, they did not talk much about "acariya." They called such a person a "good friend (kalyana-mitta)." To say "friend" - an advisor who can help us with certain things - is correct.We should not forget, however, principle that no one can help someone else directly. Yet nowadays, everyone wants to have a teacher to supervise them! A good friend is someone who has extensive personal experience and knowledge about the meditation practice or whatever else it is that we are striving to do. Although he is able to answer questions and explain some difficulties, it is not necessary for him to sit over us and supervise every breath. A good friend who will answer questions and help us work through certain obstacles is more than enough. To have such a kalyana-mitta is one more thing to arrange.”
Als ik vanuit deze optiek het persbericht lees, kan ik dat alleen maar hoofdschuddend doen.
Maar ook met compassie, voor degenen die dure cursussen bij Zen.Nl hebben gevolgd en dachten daarmee een 'echte' Zen-titel te verkrijgen.
Behalve dat een titel vanuit mijn perspectief helemaal niets betekent, betekenen deze specifiek Zen.Nl-titels ook nog eens niks vanuit Zen-perspectief.
Kortom: ook in Zen is dukkha volop aanwezig, of ze het weten of niet.
Nawoord
Het is nu twee dagen na de hete zondag 14 april waarin Rients Ritskes gebraden werd.
Tot nu heeft niemand van de leraren van andere Zen-sangha's in Nederland zich publiekelijk uitgelaten over deze zaak.
Ook (het bestuur of lerarenraad van) de BUN niet, maar dat had ik ook niet verwacht, die zijn volstrekt irrelevant.
Bijlage 1
Persbericht, verzonden namens en op verzoek van Sokun Tsushimoto Roshi
Titelfraude Zen.nl, autorisaties zonder formele waarde
Rients Ritskes, leider van Zen.nl, leidt al jarenlang mensen op tot zenleraar of zenmeester zonder dat hij zelf enige autorisatie heeft. Alle autorisaties van Zen.nl zijn daarmee formeel zonder waarde.
Ritskes maakte valse claims over zijn status op zijn website en in interviews en gesprekken. Hij beweerde dat hij in 1999 als zenmeester was geautoriseerd door Sokun Tsushimoto Roshi, een Japanse zenmeester die momenteel arts is. Ritskes noemt zichzelf ‘Zen Master’, ‘Dai Osho’ en ‘Roshi’. Hij incasseert hoge bedragen voor opleidingen. Op aandringen van Tsushimoto Roshi heeft hij begin april zijn valse claim van zijn website verwijderd. Op veel andere plaatsen op internet is deze nog wel te vinden. Tsushimoto Roshi heeft ook aangedrongen op een publieke verklaring waarin Ritskes de waarheid vertelt. Tot op heden is niet aan dit verzoek voldaan. De gedragscode van Zen.nl kent de volgende bepaling: ‘Je doorziet je eigen tekortkomingen en kunt waar nodig goed excuses maken’ (http://www.zen.nl/nl/gedragscode.php’) .
Sokun Tsushimoto Roshi was niet op de hoogte van de claim van Ritskes tot begin april van dit jaar. Op zijn website www.revsokun.net schrijft Tsushimoto nu: ‘I declare that I have never ever authorized anyone as a Roshi (zen master).’ Hij geeft aan dat hij ‘erg verdrietig en woedend’ is dat hij op deze manier door Ritskes gebruikt is. Hij heeft Ritskes in 1999 als teken van vriendschap een rakusu gegeven, een Japans symbool van het monnikskleed van de Boeddha. Daarover zegt Tsushimoto: ‘Als een zenmeester zijn leerling autoriseert als Dharma-opvolger, geeft hij hem officieel een ‘Inka-certificaat’ (kalligrafie) als bewijs van autorisatie. Dan krijgt de leerling de titel Roshi. Een andere vorm van autorisatie, bijvoorbeeld het geven van een rakusu, monnikskleed en dergelijke, is niet toegestaan.’
Ritskes vraagt voor zijn opleidingsprogramma een bedrag van 297,50 per maand (minder draagkrachtigen kunnen in overleg een korting krijgen op dit bedrag). Mensen kunnen een ‘eerste-, tweede- en derdegraads bevoegdheid’ halen binnen een vastgesteld aantal jaren, als ze aan bepaalde kwalificaties en inspanningen voldoen. Op dit moment volgen 135 mensen de opleiding in enig stadium. Ruim 100 mensen hebben eerder (een deel van) de opleiding gevolgd. De bruto inkomsten uit alleen al dit traject van Zen.nl lopen daarmee in de tonnen per jaar.
Tsushimoto Roshi over de termijnen en de bedragen: ‘Je kunt zen niet kopen. Het is totale nonsens om te stellen dat je zenleraar of zenmeester kunt worden binnen een bepaalde tijd, ook al moet je daarbij aan een aantal voorwaarden voldoen. Zen is individuele beoefening waarbij je zoekt naar je ware zelf, dat niet-zelf is. Een echte zenmeester of leraar vraagt geen hoge geldbedragen voor cursussen en zentraining.’
Nadat Ritskes begin april door Tsushimoto Roshi is aangesproken op zijn valse voorstelling van zaken, schrijft Ritskes hem plotseling iets anders over zijn autorisatie. Hij verklaart nu dat ‘zijn 30 leraren’ in 2010 besloten om hem als zenmeester / roshi te autoriseren. Volgens Ritskes tekenden ze daartoe een certificaat en gaven ze hem een nieuwe rakusu. In de zentraditie is het niet mogelijk dat studenten hun leraar autoriseren. Mogelijk daarom laat Ritskes tegelijk aan Tsushimoto Roshi weten dat hij in Nederland ‘al uitgebreid heeft aangekondigd’ dat hij vanaf nu doorgaat zonder enige verbinding met het Japanse Rinzai zen, en dat Tsushimoto geen autorisatie heeft verleend aan Ritskes.
Onder druk van de omstandigheden heeft Ritskes inmiddels zelf een persbericht uitgebracht waarin hij het doet voorkomen alsof hij uit vrije wil ‘breekt’ met zijn Japanse meester (die hij niet heeft) en dat hij naar Japan is om ‘zijn monnikskleed’ terug te brengen. Overigens woont Tsushimoto Roshi momenteel in Londen. Ook geeft Ritskes in zijn persbericht opnieuw een valse voorstelling van zaken over zijn vermeende autorisatie. '
Bijlage 2
Reacties van mij over 'de zaak Ritskes' in het Boeddistisch Dagblad
( http://boeddhistischdagblad.nl/zenleraar-rients-ritskes-neemt-afstand-van-japanse-zenmeester/#comments )
Ik citeer hier alleen mezelf en niet de andere reageerders waarop ik soms weer reageer. Een paar keer heb ik naar andere reacties verwezen, dat schrap ik hier.
De haiku (die ik zelf had geschreven) vind ik nog steeds wel gaaf.
Een opvallend bericht. Maar ook een merkwaardig bericht dat context en commentaar verdient. Ik heb dat in mijn blog over dit bericht geprobeerd http://joopromeijn.blogspot.nl/2013/04/asjemenou-zenleraar-rients-ritskes.html
Het bericht staat nu (12 april) ook op de website van Zen.Nl, als persbericht, zonder veel spirituele diepgang.
Die website moet trouwens drastisch worden herzien, nu de wortels met de Japanse zen worden doorgesneden, titels als ‘osho’ zullen waarschijnlijk verdwijnen en sesshins zullen geen sesshins meer heten.
Nog één suggestie voor de altijd creatieve en de tijdgeest aanvoelende Ritskes: schrap de
term ‘Zen’ en vervang haar door een flitsender begrip.
=======================================================================
Nog een aanvulling, over mijn suggestie hierboven.
Daarvoor moet je de geschiedenis van de verspreiding van het boeddhisme een beetje kennen.
Meditatie (ook maar een woord, je kan het ook concentratie noemen) is in het Pali ‘Jhana ‘, in het Sanskriet ‘Dhyana ‘, in het Chinees ‘ Chan ‘ en in het Japans ‘Zen ‘.
Nu de volgende stap, door Ritskes te nemen: noem het ‘Med ‘, als afkorting van ‘meditatie’.
‘ Med.Nl ‘, wie claimt het eerst die naam?
‘ Con.Nl ‘, als afkorting van ‘concentratie’ kan ook maar vind ik minder fraai.
En nog wat: wat zullen andere Zen- en Chan- en Leven-in-aandacht-sangha’s van deze stap van Ritskes vinden ?
=======================================================================
Haiku van een onbekend auteur:
De Boeddha noemt zijn leer
“lijden en het beëindigen van het lijden”.
Zen is pissen tegen de wind
=======================================================================
….
Mijn bezorgdheid over de ontwikkelingen bij Zen.Nl zijn tweeërlei:
- Het commerciele, het positieve denken en op succesvolle doelstellingen gericht zijn. De religieuze of levensbeschouwelijke dimensie die het Zen-boeddhisme ook heeft (en waar zowel jij als ik waarde aan hechten, denk ik te mogen zeggen, Jules) verdwijnt uit het zicht.
- Een ontwikkeling die licht maar toch geleidelijk steeds nadrukkelijker in de richting van een sekte gaat, het verbreken van de banden met Japanse leraren (wat mij op zich niet interesseert) is daar weer een symptoom van. Dat is een zorg t.a.v. de cursisten die contracten moeten sluiten maar ook t.a.v. het boeddhisme in Nederland in het algemeen; immers in steeds meer plaatsen heeft Zen.Nl een monopolie-positie om (boeddhistisch) te kunnen mediteren. Ook de rol die HET BOEK van R.R. in de cursussen speelt, vind ik eng.
Op die reden zouden ook andere Zen-sangha’s in Nederland zich zorgen moeten maken en dat ook (want ik weet dat sommigen er ongelukkig mee zijn) hardop durven zeggen. Maar ik vermoed dat die bang zijn van jaloersheid op het succes van Zen.Nl te worden beschuldigd.
Verder weet ik ook mezelf onder te pissen, al ben ik pas een beginner op het gebied van de Zen-humor.
=======================================================================
….
Wie kan min of meer objectief oordelen over de Zen.Nl-controverse? Iedereen is belanghebbend, ook de hoogleraren van der Braak en van der Velde een beetje.
Het gaat trouwens niet alleen om commercie of niet maar om wat bij Zen zeer belangrijk, haast wel heilig , is: de lineage. En daar heeft RR een knoeiboel van gemaakt, dat is een van de weinige dingen die zeker is.
=======================================================================
Nog even terugkomen op m’n opmerking van vanmiddag “Iedereen is belanghebbend, ook de hoogleraren van der Braak en van der Velde een beetje.”
Beide heren hebben college gegeven (ik neem aan tegen een redelijke vergoeding) aan een door Ritskes georganiseerde prestigieuze ‘Zenfilosofie Zomercursus ‘, in 2012. Dat kan maar dat maakt hen minder geschikt als eventuele bemiddelaars of scheidsrechters in de huidige controverse.
De door de Boeddhistische Unie Nederland (BUN) ingestelde ‘Lerarenraad’ (waar Ritskes ook in zit) is daar ook niet geschikt voor, denk ik.
donderdag 4 april 2013
Een aantal reacties van mij opgenomen in het Boeddhistisch dagblad
Ook de laatste maanden schrijf ik af en toe een reactie op een artikel in het ' Boeddhistisch Dagblad ' .
Een selectie hieruit, voornamelijk over de Dhamma/Dharma (ik neem aan dat de lezer het verschil tussen deze twee termen kent); niet zozeer de kibbelreacties.
M'n blog ' De kracht van negatief denken- Waarheid, melancholie en een tragisch levensgevoel hier werd op 15 december 2012 overgenomen in het BD
Het riep veel reacties op; te veel om hier over te nemen en selecteren doet de schrijvers tekort.
Daarom slechts een verwijzing.
Een vrolijke discussie !
Op 23 december 2012 schreef Dick Verstegen het artikel ' Het is alles of niets in de bodhisattvagelofte ', hier .
Dit riep veel reacties op, het waren dan ook de kerstdagen. Ook ik deed mee:
Joop Romeijn zegt:
30 december 2012 om 10:29
De bodhisattva-belofte(n) hebben me als niet-mahayana-boeddhist vaak beziggehouden. Ze doen me denken aan een dichtregel van Marsman die ik als adolescent graag sprak: groots en meeslepend wil ik leven … . Nu ben ik zo ambitieus niet meer, heb ook geen arhat-gelofte en wil slechts losjes verbonden zijn met het universum.
Verder denk ik dat het voor iemand met katholieke wortels makkelijker is deze belofte te reciteren dan voor iemand met protestante wortels, de laatste denk al snel: kan ik dat echt wel uitvoeren, en wil ik het wel echt? Vooral dat alle poorten binnen willen gaan , daar komt het vaak niet van.
Maar via een irrationele transformatieregel van Dogen (‘irrationeel’ is voor mij geen negatief oordeel, slechts feitelijk bedoeld) maakt Dick er een gans andere gelofte van die me wel weer aanspreekt.
Alleen die derde regel weer, ik weet niet of ik dat wel ga doen, daarom wordt het voor mij:
Alles bevrijden is mij laten bevrijden.
Daartoe wil ik gehechtheid loslaten.
Er is geen weg dus er is niets te volgen
Hoe lang het duurt maakt mij niet uit.
Dick Verstegen zegt:
Wat leuk Joop! Mooie derde regel. Er is verschil tussen weg en weg, denk ik. Zoals ik het voel is er maar één weg en dat is je eigen leven. In dat eigen leven valt er veel te ervaren en -zo bedoel ik het- dat wijst in je leven de weg. Dat is een beetje dubbelop. Maar een weg die ergens aan de andere kant van een wei ligt – nee die is er -ook voor zover ik kan zien- niet. Dus nogmaals: Leuke derde regel.
De bodhisattvagelofte drukt overigens m.i. geen ambitie uit, maar iets feitelijks. Ik ben protestant van huis uit. Had je dat verwacht?
Joop Romeijn zegt:
Dank je Dick. Blijk ik toch nog meer vooroordelen te hebben dan ik toch
al vermoedde, in dit geval dat alle ‘Zennies’ katholieke wortels hadden.
Je bent toch wel een ‘Zennie’, van Zen.Nl,of heb ik dat ook al fout?
Maar dat de bodhisattvagelofte geen ambitie zou inhouden, dat begrijp ik niet. Het gaat toch om de wens , de intentie bodhisattva te worden? En men kan alleen iets willen worden wat men nog niet is. Het is anders voor mij net zo iets ongeremds als met ‘BoeddhaNatuur’: iedereen heeft de mogelijkheid Boeddha te worden en is dan ineens ook al Boeddha. Ik geef de voorkeur aan een meer bescheiden benadering
Edel zegt:
Zouden we dat Marsman ook aandoen, zo maar even zijn gedichten herschrijven? Kan natuurlijk. De bodisattvagelofte is uiteindelijk ook maar een gedicht, dat gereciteerd wordt.
Wie is die bodhisattva wiens gelofte we reciteren? We vertalen het met ‘ik beloof’ maar een even correcte vertaling zou zijn ‘hij belooft’ of ‘zij belooft’ of ‘jij belooft’… Het is niet mijn tekst, maar ik kan hem reciteren, zoals ik een gedicht van Marsman kan reciteren.
En toch: als je ‘groots en meeslepend wil ik leven’ reciteert zindert er iets. Zo ook met de bodhisattvagelofte. Het raakt ergens een snaar, of we er ons willen mee verbinden of niet.
Uiteindelijk is de werkelijkheid prozaïscher. Wat de bodhisattva zegt (en doet) is: ik hou er niet mee op voor het werk af is.
Joop Romeijn zegt:
Eerst even terug naar de leer. Ik heb steeds begrepen dat het Mahayana-boeddhisme er de voorkeur aan geeft te streven naar het bodhisattva worden omdat men het arhat-ideaal (dat de monniken probeerden te bereiken) van Theravada aka ‘Hinayana’ egocentrisch vond.
Van de bodhisattva-vow zijn vele varianten bekend, ook degene die Dick citeerde, men paste voortdurend aan (liever gezegd: men varieerde, als upaya).
De oudste versie (zover ik weet hoor) vond ik op wikipedia:
“ A Bodhisattva vow is found at the end of the Avatamsaka Sutra by Samantabhadra. In Guide to the Bodhisattva’s Way of Life, Shantideva explains that the Bodhisattva vow is taken with the following famous two verses from Sutra:
‘ Just as all the previous Sugatas, the Buddhas
Generated the mind of enlightenment
And accomplished all the stages
Of the Bodhisattva training,
So will I too, for the sake of all beings,
Generate the mind of enlightenment
And accomplish all the stages
Of the Bodhisattva training.’ ”
En wie de bodhisattva-training heeft voltooid (duurt vele levens volgens de leer) wordt bodhisattva. En dan kan het redden van alle levende wezens pas goed beginnen; terwijl een arhat (nog steeds volgens de leer) er dan mee stopt.
Edel zegt:
Joop, ik heb uiteraard de wijsheid ook niet in pacht maar dit is hoe ik het altijd begrepen hebt:
Er bestaat geen enkele traditie die zich hinayana noemt. Hinayana is een uitvinding van het mahayana. Het is niet fair de theravada daarmee te vereenzelvigen.
De mahayana sutra’s verzetten zich tegen een verkeerd begrepen visie op nirvana en de arhat, alsof die laatste enkel in de eigen bevrijding zou geïnteresseerd zijn. In de Pali canon vind ik dat niet terug. (Kijk maar naar het mooie stukje van Andre Baets).
Het is niet de bedoeling een bodhisattva te worden, je bent het al. Je kunt die potentie in jezelf afwijzen of cultiveren. Je ten dienste stellen van het welzijn van alle levende wezens is dan het meest natuurlijke wat er is. En dit pad is eindeloos.
Joop Romeijn zegt:
Edel, ik denk te begrijpen waarom jij het zo begrepen hebt.
In het vroege Mahayana (kort na het begin van onze jaartelling) was bodhisattva worden iets waarna gestreefd kan worden, wat men dus nog niet was. De Ugra-Sutra waar Jan Nattier zo mooi over geschreven heeft (‘A few good men’) is daar een voorbeeld van.
Later, met name een paar eeuwen later, in China werd de gedachte populair dat men ‘eigenlijk‘ altijd al bodhisattva was en is.
Dit spanningsveld wordt ook in je laatste allinea duidelijk, je zegt eerst ‘ je bent het al ‘ (nl bodhisattva); en meteen daarna dat het een potentie is.
In mijn simpele (vrijzinnig)Theravada-denken moet de mens wel enige moeite doen om zijn of haar potenties te verwerkelijken; ik kan bv in potentie de 100 meter binnen 10 seconden lopen maar om de een of andere reden is dat er nog niet van gekomen.
Ook verder zijn mijn ambities beperkt, d.w.z. bescheiden: ik ga echt niet proberen ‘alle levende wezens te bevrijden ‘, als het bij een paar zou lukken, zou dat al mooi zijn.
Edel zegt:
Joop
Niemand weet hoe het mahayana ooit ontstaan is en de mensen die je noemt zoals als Jan Nattier en Alan Cole, en vele anderen doen ongelofelijk interessant historisch onderzoek. Dat is zeker. Het is wel zo dat het idee dat iedereen al een bodhisattva is, centraal staat in de Lotus Sutra, een tekst die gesitueerd wordt in India in het begin van onze jaartelling.
Maar het is niet zozeer het historische dat mij hier interesseert. Dat is maar een hobby. Als ik het zo begrepen heb, komt dat uit wat ik geleerd heb in hedendaagse westerse zen. Ten slotte is het aan ons om het hier waar te maken. Ik ben geen Indiër en geen Chinees.
Daarin deel ik je westerse nuchterheid en bescheidenheid. Voor mij betekent de zin ‘alle levende wezens redden’ niet alleen in functie van mijn eigen behoeftebevrediging leven, maar ten dienste van het welzijn van iedereen die op mijn pad komt (daar hoor ik overigens zelf ook bij). En ja, dat vraagt enige moeite. En soms weet ik ook niet wat wijsheid is. En inderdaad, ik ben blij als het al eens lukt.
Menno Prins zegt:
Dick, en anderen. Dank voor jullie schrijfsels, waar ik graag op reageer. Ik spreek uiteraard voor mijzelf en uit eigen ervaring.
Alle levende wezens bevrijden is hetzelfde als jezelf bevrijden van het eigen ego. De peilloze oorzaak van het lijden wegnemen, komt naar mijn idee neer op hetzelfde: want alleen het ego kan zich met lijden vereenzelvigen. Als er geen ego meer is, is er niets meer dat lijdt.
Daar zit ook meteen de moeilijkheid: je hebt dat ego niet voor niets in dit ondermaanse. Het heeft een belangrijke functie in het dagelijks leven. In theorie is het allemaal heel eenvoudig om jezelf te bevrijden van het eigen ego, maar in de praktijk valt dat (mij) vies tegen. Het blijkt noodzakelijk om voortdurend alert te blijven en het besef levend te houden dat “alles waarvan gezegd kan worden ‘Ik heb’ niet het ware wezen is van de Boeddha natuur (dat vrij is van lijden)” Mijn ego geeft zijn positie blijkbaar niet zomaar op, en beklimt te pas en te onpas weer de troon.
Menno
Dick Verstegen zegt:
Prachtig zoals deze gedachtewisseling zich ontwikkelt. Dank jullie zeer. Ik ben het met jullie allen eens. Zetten we het bodhisattva-ideaal als onbereikbaar neer in dit leven en plaatsen we het zelfs vele levens ver weg, of kunnen we zien dat het zich ook ogenblikkelijk –nu- voltrekt? Dat het al zo is dus. Het raakt ergens een snaar, of we er ons willen mee verbinden of niet, zegt Edel. Wat is het dat die snaar raakt? In mijn beleving is dit dat het over iets gaat dat dichter bij is dan onze eigen huid. Meer, veel meer dan een niet waar te maken intentie. Wie heeft ooit de bodhisattva-training voltooid? Wie zal haar ooit voltooien? We are always halfway, even the Buddha, zei mijn Japanse zenmeester Sokun Tsushimoto ooit. Dat is geen bevestiging dat we er nooit komen, maar een bevestiging dat we er al zijn, ook met alle onthutsende stunteligheid die ons als mensen kenmerkt. Wat ik in mijn stukje probeer te zeggen is dat we ons dat op een anderszins onthutsende wijze bewust kunnen worden. Natuurlijk vergt ook dat tijd. Maar die is betrekkelijk, zoals bijvoorbeeld mag blijken uit de Maha Satipatthana Sutta.
Rob Hogendoorn zegt:
Om eerlijk te zijn: de portee van deze discussie ontgaat me.
Wat is ‘alle levende wezens’ anders dan een abstract idee of een subjectief beeld, vraag ik me af?
Welke functie vervult dat abstracte idee of die subjectieve voorstelling precies voor degenen die zich ervan bedienen?
Op welke vooronderstellingen berusten ze? Zijn er betere ideeën en beelden denkbaar? Is een andere, effectievere didactiek of pedagogiek voorstelbaar?
Waarom etaleren boeddhisten de persoonlijke voorstelling die zij zich van mededogen en liefdevolle vriendelijkheid maken zo nadrukkelijk? Hoort dat erbij?
Is er ijdelheid in het spel? Wensdenken misschien? Kun je jezelf met dit soort ideeën ook voor de gek houden? Je rijk rekenen? Is het geen loze belofte? Hoe kom je daarachter?
Doen christenen, joden, moslims, hindoes, humanisten, atheïsten, niet-religieuzen dit nét zo met noties als ‘naastenliefde’?
Of zijn de wittebroodsweken van hun ideeën daarover allang voorbij? Zijn zij over hun grootste illusies heen?
Dat laatste brengt me op het volgende. Mij is niet duidelijk welke meerwaarde het idee ‘alle levende wezens’ heeft boven het idee ‘de levende wezens om mij heen’.
Het laatste heeft als voordeel dat het aanmerkelijk concreter is, en heel wat makkelijker te operationaliseren valt. Het handelingsperspectief van het bescheidener voornemen is een heel stuk duidelijker.
Echte nadelen zie ik niet. Leef je naar je voornemen, dan komt het praktisch op hetzelfde neer: je bent (verlicht of niet) altijd ergens, en levende wezens zijn overal.
‘Alle’ levende wezens klinkt natuurlijk wel interessant en vastberaden, en je kunt je er in het publieke domein (of op verjaardagsfeestjes) prima mee vertonen.
Op mij komt de overdadige aandacht die eraan besteed wordt echter over als een zinledig tijdverdrijf dat nodeloos afleidt.
Mensen die vol zijn van hun eigen ideeën over (naasten)liefde en mededogen schieten in het dagelijks leven maar al te vaak hopeloos tekort.
Joop Romeijn zegt:
Rob toch!? De portee van deze gedachtenwisseling is dat de bodhisattvagelofte een van de meest gereciteerde Mahayana-teksten is en alleen al daarom belangrijk of op z’n minst interessant is. Ook al omdat ie kort is; de vraag is of ie – net zoals de Hart Sutra – niet-rationeel van aard is. Jij gaat er in je reactie van uit dat ie dat wel zou moeten zijn.
Het is ook geen belofte zoals mensen soms doen bij het nieuwe jaar zoals voortaan z’n vrouw niet meer slaan.
Verder is dit een van de weinige momenten dat Nederlansdse boeddhisten van diverse tradities met elkaar van gedachten wisselen, dat zou een discussie ; op kunnen leveren als de deelnemers de kennelijk sterke boeddhistisch-nederlandse impuls kunnen onderdrukken het bij voorbaat met elkaar eens te willen zijn (daar kan niemand jou overigens makkelijk van beschuldigen).
Dat zijn de deelnemers dus niet en ik begrijp niet dat Dick zegt ‘Ik ben het met jullie allen eens ‘.
Helaas moet ik nog steeds zeggen: Nederlandse boeddhisten (van diverse tradities) kunnen nauwelijks met elkaar discussiëren, dat is van gedachten wisselen, dat is in potentie met elkaar van mening verschillen. Deels is dat omdat men elkaar opvatting niet kent, ondanks de derde regel uit de bodhisattvagelofte. En deels is het het verkeerd begrijpen van de regel van ‘zuiver spreken’.
M'n blog ' Een tekst geschreven vanuit verbazing ' is (met toestemming) op 25 februari 2013 overgenomen in het B.D. M'n verbazing betrof een eerder essay van Edel Maex.
Hieronder de gedachtenwisseling over mijn tekst:
Joop Romeijn zegt:
... opmerking vooraf ...:
Het is een esthetisch plezier flarden uit de Avatamsaka Sutra zelf te lezen; een goede aanleiding weer eens te wijzen op de rijke website van White-Jade-River met haar vertalingen van en toelichtingen op veel Mahayana Sutra’s. Haar website algemeen . En de Avatamsaka Sutra .
Wat betreft de reactie van Edel: gelukkig is het misverstand over je waardering van wetenschap (en van ‘filosofie’ voeg ik er maar aan toe, hoewel filosofie geen wetenschap maar iets eigensoortigs is)
Interessant dat je ‘soteriologie’ opvat als ‘het bevrijden van alle wezens’, terwijl ik het strenger bedoelde als ‘de leer van het bevrijden’ en bovendien niet weet of men een ander wel kan bevrijden.
En dan je vraag ‘Kunnen we niet beter de ontroering haar eigen soteriologisch werk laten doen?'
Ik onderdruk mijn neiging deze mogelijkheid onmiddellijk af te wijzen als zijnde het bij zichzelf illusies opwekken.
Het ontroert worden kan zeker een rol spelen om bv gericht te raken op andere waarden dan die van consumentisme en materialisme. Maar andere processen zijn m.i. onmisbaar om ‘de werkelijkheid te zien zoals die echt is’.
Eén van die zaken is sila , het zich ethisch proberen te gedragen.
De vraag is dus eigenlijk of de gerichtheid op sila het beste vòòr of nà de ontroering kan komen? Ik denk: vòòr.
Edel Maex zegt:
Joop
Ik weet niet of iedereen kan bevrijd worden, maar ik wil niemand a priori uitsluiten, vandaar alle.
Ontroert de sila jou dan niet?
Voor mij maakt het niet uit of iemand over de sila leert door de 5 leefregels of door een jatakaverhaal te horen of door een poëtische tekst te zingen. Laat iedereen aangesproken worden in zijn eigen aard en temperament.
En inderdaad: de sila is een wezenlijk onderdeel van het soteriologisch pad. Daar is geen weg om heen.
Joop Romeijn zegt:
Go, wat ben jij rolvast, Edel: “Ontroert de sila jou dan niet? "
Nou nee, maar ik probeer ook niet me te laten ontroeren. Toegegeven, de vijf aandachstoefeningen van Thich Nhat Hanh zijn esthetisch mooier dan die van de Pali Canon .
Het effect echter – niet toegeven aan m’n neiging die mug dood te slaan of dat vierde chocolaatje ook te nemen – is in principe hetzelfde.
Dus die ontroering is irrelevant.
Ook Jules Prast werd geïnspireerd door een artikel van Edel Maex.
Hij schreef op 17 februari ' De herberg van geborgenheid: kanttekeningen bij de Avatamsaka-commentaren van Edel Maex ', hier . Z'n artikel sloot Jules af met:
“ De geest van openheid die Edel Maex op gezag van de Avatamsaka Sutra vertolkt, zou ik graag zo opvatten: als een uitnodiging om in de onvermijdelijke pijn van de onderlinge verbroedering, in het existiële kraken en schuren van gekoesterde doctrines en heilverwachtingen, een unieke kans te ontwaren om de Dharma verder te brengen en klaar te maken voor komende generaties.
Een nieuwe synthese van zelf en ander als wenkend perspectief voor de boeddhistische wereld? Ik zou in ieder geval graag hopen op iets meer onderlinge handreiking, met behoud van eigenheid. Er moeten mensen opstaan die een pad uitzetten van dialoog. Wellicht dat het initiatief kan komen van de zengemeenschap, van de vertegenwoordigers van een traditie die er als geen andere een track record op nahoudt zichzelf bij herhaling te kunnen ‘revolutioneren’. “
Joop Romeijn zegt:
De komende weken wil ik nog eens goed nadenken over je ‘oproep’, Jules. Want zo beleef ik deze tekst.
Ik ken de teksten over ‘ One Dharma ’, bv dat van Joseph Goldstein, maar ook het commentaar er op van David Chapman.
Tot nu ervaar ik het vooral als de kip die aan het varken voorstelt (met excuses voor dit niet-vegetarische beeld) “zullen we samen het ontbijt ‘ham and eggs’ gaan verkopen, dan lever ik de eieren en jij de ham ” , wat het varken wel een goed idee leek tot zij zich realiseerde daarvoor te moeten sneven.
Het is niet dat ik hecht aan de concepten ‘samsara’ en ‘dukkha’ maar ik gooi ze toch nog niet weg ten behoeve van een poëtische eenheid. Ik ben nu eenmaal geen positivo.
M’n belangrijkste vraag is: waarom zou die verbroedering, die eenheid nodig zijn?
Waarom niet met elkaar leven vanuit de gedachte ‘we agree to disagree’?
Maar dit alles neemt niet weg die ik het debat tusen de diverse boeddhistische tradities zinnig en gewenst vindt.
Misschien is het resultaat niet het één worden maar een ‘we still disagree but on a higher level’.
Laten we dat debat maar eens in Nederland gaan voeren, niet met het doel het eens te worden noch met enig ander doel; alleen dan om het niveau van verbazing hoger te krijgen: hoe is het mogelijk dat hij/zij op deze manier denkt. Dat vind ik ook toch al behoorlijk poëtisch.
Laten we eerst maar eens Chapman gaan lezen.
Jules Prast zegt:
Beste Joop, ik ben ongelooflijk blij met jouw reactie. Mij gaat het om dialoog, je laten verbazen inderdaad, van elkaar leren. Niet om een eenheidsworst als eindresultaat, niet om voorwaarden vooraf om zeker te stellen wiens dharma de ware is. Een platform voor ontmoeting en wederzijdse stimulering. Zoiets. In eerdere artikelen in het BD schreef ik over de theravadavisie op meditatie. Kun je dat delen zonder dat je van richting hoeft te wisselen? Ik ben nieuwsgierig om over muurtjes heen te kijken maar die muurtjes mogen best blijven staan. Als je er over nadenkt (fijn dat je dat wilt), dan misschien in deze geest?
Joop Romeijn zegt:
Goed dat je terugkomt op de post van 12 februari , pas vijf dagen geleden maar sindsdien zijn er in het BD al weer veel zinnige maar ook veel overbodige artikelen geplaatst.
Ik vond het te lastig daar goed op te reageren vanuit een (niet ‘het’) Theravada-perspectief, er is te veel uit te leggen. Toch een korte poging. Het wordt wat technisch.
Je schreef “Wat voor de ‘techniek’ van de zenmeditatie geldt, gaat eveneens op voor andere vormen van mindfulnesstraining. Je zou eens kunnen kijken wat er gebeurt wanneer je tijdens het mediteren eerst de geest kalmeert en dan omschakelt naar een actieve(re) modus waarin je de woorden van de Boeddha als object van meditatie neemt.”
‘Mindfulness’ is een vereenvoudigde en geseculariseerde vorm van wat in de Theravada ‘vipassana-meditatie’ wordt genoemd en vertaald wordt als ‘inzicht’- (engels ‘insight’) meditatie. Meditatie dus en geen contemplatie op woorden; maar wel een actief soort meditatie: aandacht hebben (‘sati’ is het Pali-woord) voor wat er opkomt in je hoofd en weer verdwijnt.
De vipassana-meditatie wordt altijd vooraf gegaan door concentratie-meditatie; en dat lijkt me dicht bij wat in Zen bij het mediteren gedaan wordt.
‘ De woorden van de Boeddha' spelen bij de vipassana-meditatie wel als een referentie-kader een rol, met name dan de drie begrippen anatta (niet-zelf), anicca (onbestendigheid) en dukkha (lijden)
Zie bv dit Simsara-artikel voor verdere toelichting. Op deze Simsara-website is veel meer van je gading te vinden, maar ook breder want de Batchelors zijn geen Theravadins.
Naast ´vipassana´ beoefent men in de Theravada de laatste jaren ook steeds meer nog een andere meditatievorm, die van metta , meestal vertaald als liefdevolle vriendelijkheid .
Wel een kanttekening bij je streven: volgens mij is het goed meer dan één meditatie-vorm te beoefenen (veel vipassana-leraren vinden overigens van niet) maar niet door elkaar en pas als men één vorm als een soort thuisbasis goed beheerst.
Edel zegt:
Je kunt het boeddhisme benaderen in zijn gelijkenissen. Dan vind je veel overeenkomsten tussen de verschillende tradities. Je kunt zelfs verder gaan en veel gelijkenissen vinden tussen verschillende religies en levensbeschouwingen.
Je kunt het ook benaderen in zijn verschillen. Dan zie je grote verschillen tussen theravada en mahayana. Maar ook het mahayana is een heel heterogeen gegeven. En ook binnen zen vind je weer heel verschillende tradities. Zelfs binnen één traditie als de soto-zen ga je grote verschillen vinden tussen de leraren. En ik vertel niets nieuws als ik zeg dat ook een en dezelfde leraar vol contradicties kan zitten.
Beide benaderingen leveren andere resultaten op. Geen daarvan is meer of minder waar.
Veel interessanter dan de vraag naar de verschillen en gelijkenissen vind ik zoals Jules zegt: de dialoog, je laten verbazen, van elkaar leren.
Joop Romeijn zegt:
Na nog wat reflectie en studie heb ik – uitgedaagd door Jules – een blog geschreven over dit onderwerp. Zie hier.
Samengevat zegt ik:
A. Er zijn vormen van boeddhisme die vrij makkelijk de beoefening ervan in Dionysische richting bevorderen. ´Zen´, bijvoorbeeld, hoewel er ook meer Apollinisch gerichte Zen-beoefenaren zijn.
B. Er zijn vormen van boeddhisme die vrij makkelijk de beoefening ervan in Apollinische richting bevorderen. ‘Theravada´, bijvoorbeeld, hoewel er ook meer Dionysisch gerichte Theravadins zijn.
Ik hoop met dit begrippenpaar een soort neutrale taal te hebben kunnen introduceren waarin de discussie tussen beoefenaren gevoerd kan worden, zoals in het Boeddhistisch Dagblad bv Edel Maex, Dick Verstegen en Jules Prast bepleit hebben.
Mijn probleem met hun bijdragen was dat ze zelf ´poëtisch´ en ´Dionysisch´ van aard waren en dus niet perfect een gezamenlijk gedragen taal inhielden.
Want: Hoe discussieer je in godsnaam met een dichter ? Omgekeerd zouden zij mogelijk van mij kunnen zeggen:
Hoe kan je in godsnaam met een wetenschapper/filosoof komen tot een dialoog, je laten verbazen, van elkaar leren ? Deze laatste vraag probeer ik te beantwoorden.
Een uitdaging voor anderen?
Op 31 maart 2013 werd een lang artikel van Henk Blezer geplaatst ( hier )
' Kunt u zich voorstellen hoe het is om dood te zijn? ; over ervaringen en denkbeelden omtrent sterven en dood in de Tibetaans boeddhistische literatuur.
Een deel van de discussie daarover:
Joop Romeijn zegt:
Het was opvallend dat er bijna nooit iets in het Boeddhistisch Dagblad stond over het Tibetaans boeddhisme, vergeleken met stukken vanuit Theravada en Zen.
Wel de nodige artikelen over de Tibetaanse cultuur en de onderdrukking daarvan en over zelfverbrandingen maar dat is toch wat anders dan de Dharma.
Met dit lange artikel van Henk Blezer lijkt die achterstand in één klap ingehaald.
Het is inderdaad lang maar zeer de moeite waard, er de tijd voor te nemen. (Misschien staan er juist teveel korte artikelen en non-onderwerpen in het BD)
Een probleem voor iemand die (zoals ik) bezig is met zijn of haar eigen dood is dat het tegelijk verwachtingen wekt.
Namelijk versterking van de fantasie van een ‘mooie dood’ in bed in een stille kamer met geliefden om me heen, en de verschillende fasen van het sterven ervarend.
Ik probeer juist, geen verwachtingen te hebben ; en realiseer me ook dat het er anders aan toe kan gaan, wreder bijvoorbeeld, of korter of eenzamer.
‘Sterven, meestal geen haastig project ‘, zegt Joop Hoek terecht, maar garanties daarop zijn er niet, en dus ook geen verwachtingen.
robbie rosmalen zegt:
Hoi Joop R,
De hierboven beschreven leringen zijn fantastische oefeningen en een schat aan praktische wijsheid. Maar als je serieus de hierboven beschreven oefeningen wilt doen dien je volgens de traditionele bronnen eerst een Mahayana/Vajrayana Spirituele Gids te vinden, van die persoon een Hoogste Yoga Tantra machtiging verkrijgen van Heroeka of Vajrayogini of andere HYT Boeddha. Dan dien je ervaring te krijgen met de leringen over onthechting, (de wens om uit samsara te ontsnappen) de aard van samsara, groot mededogen en bodhichitta en leegte. Daarna kan je beginnen om vertrouwd te raken met die leringen. Zie onder andere ; Tantrische Gronden en Paden, Gids naar Dakiniland, Mahamudra Tantra, Essentie van Vajrayana en Helder Licht van Gelukzaligheid van Eerw. Geshe Kelsang Gyatso. Stukken kan je wellicht vinden via google books, titel intypen etc..
vriendelijke groeten
Robbie
PS Boeddhistische Tantra (die kan leiden naar verlichting in 1 leven) zonder bodhichitta bestaat niet, zonder ervaring van leegte is Boeddhistische Tantra onmogelijk en zonder ervaring van de basisbegrippen van Sutra van Boeddha’s leer kan de Tantra negatieve effecten veroorzaken. (Dus door verkeerd gebruik, niet de fout van de leringen.)
Joop Romeijn zegt:
Misschien heb ik het artikel van Blezer verkeerd gelezen, Robbie.
Want ik heb het niet als een serie oefeningen opgevat maar als een beschrijving van feiten, van ervaringen.
Overigens bedankt voor de informatie; het is duidelijk een andere insteek dan Zen of Theravada. Van en over Geshe Kelsang Gyatso had ik al het een en ander gelezen: een fascinerende wereld, dat Tibetaans boeddhisme.
robbie rosmalen zegt:
Beste Joop,
het is een beschrijving van feiten/ervaringen die alleen bewust kunnen worden waargenomen door zeer ervaren en geoefende tantrische beoefenaars. De verschillende verschijningen vinden trouwens ook elke nacht plaats, tijdens het in slaap vallen en de verschillende stadia van de slaap. Dus die verschijningen ontstaan tijdens het proces van de slaap, tijdens het sterven en voor de beoefenaars tijdens meditatie waaneer men de innerlijke winden beheerst en die in het centraal kanaal kan leiden en vasthouden. Het doel van die meditatie is om in dit leven volledige verlichting/boeddhaschap te bereiken door met de gelukzaligheid van de zeer subtiele heldere licht geest te mediteren op leegte(sunyata). Het is nogal wat dus…
Een selectie hieruit, voornamelijk over de Dhamma/Dharma (ik neem aan dat de lezer het verschil tussen deze twee termen kent); niet zozeer de kibbelreacties.
M'n blog ' De kracht van negatief denken- Waarheid, melancholie en een tragisch levensgevoel hier werd op 15 december 2012 overgenomen in het BD
Het riep veel reacties op; te veel om hier over te nemen en selecteren doet de schrijvers tekort.
Daarom slechts een verwijzing.
Een vrolijke discussie !
Op 23 december 2012 schreef Dick Verstegen het artikel ' Het is alles of niets in de bodhisattvagelofte ', hier .
Dit riep veel reacties op, het waren dan ook de kerstdagen. Ook ik deed mee:
Joop Romeijn zegt:
30 december 2012 om 10:29
De bodhisattva-belofte(n) hebben me als niet-mahayana-boeddhist vaak beziggehouden. Ze doen me denken aan een dichtregel van Marsman die ik als adolescent graag sprak: groots en meeslepend wil ik leven … . Nu ben ik zo ambitieus niet meer, heb ook geen arhat-gelofte en wil slechts losjes verbonden zijn met het universum.
Verder denk ik dat het voor iemand met katholieke wortels makkelijker is deze belofte te reciteren dan voor iemand met protestante wortels, de laatste denk al snel: kan ik dat echt wel uitvoeren, en wil ik het wel echt? Vooral dat alle poorten binnen willen gaan , daar komt het vaak niet van.
Maar via een irrationele transformatieregel van Dogen (‘irrationeel’ is voor mij geen negatief oordeel, slechts feitelijk bedoeld) maakt Dick er een gans andere gelofte van die me wel weer aanspreekt.
Alleen die derde regel weer, ik weet niet of ik dat wel ga doen, daarom wordt het voor mij:
Alles bevrijden is mij laten bevrijden.
Daartoe wil ik gehechtheid loslaten.
Er is geen weg dus er is niets te volgen
Hoe lang het duurt maakt mij niet uit.
Dick Verstegen zegt:
Wat leuk Joop! Mooie derde regel. Er is verschil tussen weg en weg, denk ik. Zoals ik het voel is er maar één weg en dat is je eigen leven. In dat eigen leven valt er veel te ervaren en -zo bedoel ik het- dat wijst in je leven de weg. Dat is een beetje dubbelop. Maar een weg die ergens aan de andere kant van een wei ligt – nee die is er -ook voor zover ik kan zien- niet. Dus nogmaals: Leuke derde regel.
De bodhisattvagelofte drukt overigens m.i. geen ambitie uit, maar iets feitelijks. Ik ben protestant van huis uit. Had je dat verwacht?
Joop Romeijn zegt:
Dank je Dick. Blijk ik toch nog meer vooroordelen te hebben dan ik toch
al vermoedde, in dit geval dat alle ‘Zennies’ katholieke wortels hadden.
Je bent toch wel een ‘Zennie’, van Zen.Nl,of heb ik dat ook al fout?
Maar dat de bodhisattvagelofte geen ambitie zou inhouden, dat begrijp ik niet. Het gaat toch om de wens , de intentie bodhisattva te worden? En men kan alleen iets willen worden wat men nog niet is. Het is anders voor mij net zo iets ongeremds als met ‘BoeddhaNatuur’: iedereen heeft de mogelijkheid Boeddha te worden en is dan ineens ook al Boeddha. Ik geef de voorkeur aan een meer bescheiden benadering
Edel zegt:
Zouden we dat Marsman ook aandoen, zo maar even zijn gedichten herschrijven? Kan natuurlijk. De bodisattvagelofte is uiteindelijk ook maar een gedicht, dat gereciteerd wordt.
Wie is die bodhisattva wiens gelofte we reciteren? We vertalen het met ‘ik beloof’ maar een even correcte vertaling zou zijn ‘hij belooft’ of ‘zij belooft’ of ‘jij belooft’… Het is niet mijn tekst, maar ik kan hem reciteren, zoals ik een gedicht van Marsman kan reciteren.
En toch: als je ‘groots en meeslepend wil ik leven’ reciteert zindert er iets. Zo ook met de bodhisattvagelofte. Het raakt ergens een snaar, of we er ons willen mee verbinden of niet.
Uiteindelijk is de werkelijkheid prozaïscher. Wat de bodhisattva zegt (en doet) is: ik hou er niet mee op voor het werk af is.
Joop Romeijn zegt:
Eerst even terug naar de leer. Ik heb steeds begrepen dat het Mahayana-boeddhisme er de voorkeur aan geeft te streven naar het bodhisattva worden omdat men het arhat-ideaal (dat de monniken probeerden te bereiken) van Theravada aka ‘Hinayana’ egocentrisch vond.
Van de bodhisattva-vow zijn vele varianten bekend, ook degene die Dick citeerde, men paste voortdurend aan (liever gezegd: men varieerde, als upaya).
De oudste versie (zover ik weet hoor) vond ik op wikipedia:
“ A Bodhisattva vow is found at the end of the Avatamsaka Sutra by Samantabhadra. In Guide to the Bodhisattva’s Way of Life, Shantideva explains that the Bodhisattva vow is taken with the following famous two verses from Sutra:
‘ Just as all the previous Sugatas, the Buddhas
Generated the mind of enlightenment
And accomplished all the stages
Of the Bodhisattva training,
So will I too, for the sake of all beings,
Generate the mind of enlightenment
And accomplish all the stages
Of the Bodhisattva training.’ ”
En wie de bodhisattva-training heeft voltooid (duurt vele levens volgens de leer) wordt bodhisattva. En dan kan het redden van alle levende wezens pas goed beginnen; terwijl een arhat (nog steeds volgens de leer) er dan mee stopt.
Edel zegt:
Joop, ik heb uiteraard de wijsheid ook niet in pacht maar dit is hoe ik het altijd begrepen hebt:
Er bestaat geen enkele traditie die zich hinayana noemt. Hinayana is een uitvinding van het mahayana. Het is niet fair de theravada daarmee te vereenzelvigen.
De mahayana sutra’s verzetten zich tegen een verkeerd begrepen visie op nirvana en de arhat, alsof die laatste enkel in de eigen bevrijding zou geïnteresseerd zijn. In de Pali canon vind ik dat niet terug. (Kijk maar naar het mooie stukje van Andre Baets).
Het is niet de bedoeling een bodhisattva te worden, je bent het al. Je kunt die potentie in jezelf afwijzen of cultiveren. Je ten dienste stellen van het welzijn van alle levende wezens is dan het meest natuurlijke wat er is. En dit pad is eindeloos.
Joop Romeijn zegt:
Edel, ik denk te begrijpen waarom jij het zo begrepen hebt.
In het vroege Mahayana (kort na het begin van onze jaartelling) was bodhisattva worden iets waarna gestreefd kan worden, wat men dus nog niet was. De Ugra-Sutra waar Jan Nattier zo mooi over geschreven heeft (‘A few good men’) is daar een voorbeeld van.
Later, met name een paar eeuwen later, in China werd de gedachte populair dat men ‘eigenlijk‘ altijd al bodhisattva was en is.
Dit spanningsveld wordt ook in je laatste allinea duidelijk, je zegt eerst ‘ je bent het al ‘ (nl bodhisattva); en meteen daarna dat het een potentie is.
In mijn simpele (vrijzinnig)Theravada-denken moet de mens wel enige moeite doen om zijn of haar potenties te verwerkelijken; ik kan bv in potentie de 100 meter binnen 10 seconden lopen maar om de een of andere reden is dat er nog niet van gekomen.
Ook verder zijn mijn ambities beperkt, d.w.z. bescheiden: ik ga echt niet proberen ‘alle levende wezens te bevrijden ‘, als het bij een paar zou lukken, zou dat al mooi zijn.
Edel zegt:
Joop
Niemand weet hoe het mahayana ooit ontstaan is en de mensen die je noemt zoals als Jan Nattier en Alan Cole, en vele anderen doen ongelofelijk interessant historisch onderzoek. Dat is zeker. Het is wel zo dat het idee dat iedereen al een bodhisattva is, centraal staat in de Lotus Sutra, een tekst die gesitueerd wordt in India in het begin van onze jaartelling.
Maar het is niet zozeer het historische dat mij hier interesseert. Dat is maar een hobby. Als ik het zo begrepen heb, komt dat uit wat ik geleerd heb in hedendaagse westerse zen. Ten slotte is het aan ons om het hier waar te maken. Ik ben geen Indiër en geen Chinees.
Daarin deel ik je westerse nuchterheid en bescheidenheid. Voor mij betekent de zin ‘alle levende wezens redden’ niet alleen in functie van mijn eigen behoeftebevrediging leven, maar ten dienste van het welzijn van iedereen die op mijn pad komt (daar hoor ik overigens zelf ook bij). En ja, dat vraagt enige moeite. En soms weet ik ook niet wat wijsheid is. En inderdaad, ik ben blij als het al eens lukt.
Menno Prins zegt:
Dick, en anderen. Dank voor jullie schrijfsels, waar ik graag op reageer. Ik spreek uiteraard voor mijzelf en uit eigen ervaring.
Alle levende wezens bevrijden is hetzelfde als jezelf bevrijden van het eigen ego. De peilloze oorzaak van het lijden wegnemen, komt naar mijn idee neer op hetzelfde: want alleen het ego kan zich met lijden vereenzelvigen. Als er geen ego meer is, is er niets meer dat lijdt.
Daar zit ook meteen de moeilijkheid: je hebt dat ego niet voor niets in dit ondermaanse. Het heeft een belangrijke functie in het dagelijks leven. In theorie is het allemaal heel eenvoudig om jezelf te bevrijden van het eigen ego, maar in de praktijk valt dat (mij) vies tegen. Het blijkt noodzakelijk om voortdurend alert te blijven en het besef levend te houden dat “alles waarvan gezegd kan worden ‘Ik heb’ niet het ware wezen is van de Boeddha natuur (dat vrij is van lijden)” Mijn ego geeft zijn positie blijkbaar niet zomaar op, en beklimt te pas en te onpas weer de troon.
Menno
Dick Verstegen zegt:
Prachtig zoals deze gedachtewisseling zich ontwikkelt. Dank jullie zeer. Ik ben het met jullie allen eens. Zetten we het bodhisattva-ideaal als onbereikbaar neer in dit leven en plaatsen we het zelfs vele levens ver weg, of kunnen we zien dat het zich ook ogenblikkelijk –nu- voltrekt? Dat het al zo is dus. Het raakt ergens een snaar, of we er ons willen mee verbinden of niet, zegt Edel. Wat is het dat die snaar raakt? In mijn beleving is dit dat het over iets gaat dat dichter bij is dan onze eigen huid. Meer, veel meer dan een niet waar te maken intentie. Wie heeft ooit de bodhisattva-training voltooid? Wie zal haar ooit voltooien? We are always halfway, even the Buddha, zei mijn Japanse zenmeester Sokun Tsushimoto ooit. Dat is geen bevestiging dat we er nooit komen, maar een bevestiging dat we er al zijn, ook met alle onthutsende stunteligheid die ons als mensen kenmerkt. Wat ik in mijn stukje probeer te zeggen is dat we ons dat op een anderszins onthutsende wijze bewust kunnen worden. Natuurlijk vergt ook dat tijd. Maar die is betrekkelijk, zoals bijvoorbeeld mag blijken uit de Maha Satipatthana Sutta.
Rob Hogendoorn zegt:
Om eerlijk te zijn: de portee van deze discussie ontgaat me.
Wat is ‘alle levende wezens’ anders dan een abstract idee of een subjectief beeld, vraag ik me af?
Welke functie vervult dat abstracte idee of die subjectieve voorstelling precies voor degenen die zich ervan bedienen?
Op welke vooronderstellingen berusten ze? Zijn er betere ideeën en beelden denkbaar? Is een andere, effectievere didactiek of pedagogiek voorstelbaar?
Waarom etaleren boeddhisten de persoonlijke voorstelling die zij zich van mededogen en liefdevolle vriendelijkheid maken zo nadrukkelijk? Hoort dat erbij?
Is er ijdelheid in het spel? Wensdenken misschien? Kun je jezelf met dit soort ideeën ook voor de gek houden? Je rijk rekenen? Is het geen loze belofte? Hoe kom je daarachter?
Doen christenen, joden, moslims, hindoes, humanisten, atheïsten, niet-religieuzen dit nét zo met noties als ‘naastenliefde’?
Of zijn de wittebroodsweken van hun ideeën daarover allang voorbij? Zijn zij over hun grootste illusies heen?
Dat laatste brengt me op het volgende. Mij is niet duidelijk welke meerwaarde het idee ‘alle levende wezens’ heeft boven het idee ‘de levende wezens om mij heen’.
Het laatste heeft als voordeel dat het aanmerkelijk concreter is, en heel wat makkelijker te operationaliseren valt. Het handelingsperspectief van het bescheidener voornemen is een heel stuk duidelijker.
Echte nadelen zie ik niet. Leef je naar je voornemen, dan komt het praktisch op hetzelfde neer: je bent (verlicht of niet) altijd ergens, en levende wezens zijn overal.
‘Alle’ levende wezens klinkt natuurlijk wel interessant en vastberaden, en je kunt je er in het publieke domein (of op verjaardagsfeestjes) prima mee vertonen.
Op mij komt de overdadige aandacht die eraan besteed wordt echter over als een zinledig tijdverdrijf dat nodeloos afleidt.
Mensen die vol zijn van hun eigen ideeën over (naasten)liefde en mededogen schieten in het dagelijks leven maar al te vaak hopeloos tekort.
Joop Romeijn zegt:
Rob toch!? De portee van deze gedachtenwisseling is dat de bodhisattvagelofte een van de meest gereciteerde Mahayana-teksten is en alleen al daarom belangrijk of op z’n minst interessant is. Ook al omdat ie kort is; de vraag is of ie – net zoals de Hart Sutra – niet-rationeel van aard is. Jij gaat er in je reactie van uit dat ie dat wel zou moeten zijn.
Het is ook geen belofte zoals mensen soms doen bij het nieuwe jaar zoals voortaan z’n vrouw niet meer slaan.
Verder is dit een van de weinige momenten dat Nederlansdse boeddhisten van diverse tradities met elkaar van gedachten wisselen, dat zou een discussie ; op kunnen leveren als de deelnemers de kennelijk sterke boeddhistisch-nederlandse impuls kunnen onderdrukken het bij voorbaat met elkaar eens te willen zijn (daar kan niemand jou overigens makkelijk van beschuldigen).
Dat zijn de deelnemers dus niet en ik begrijp niet dat Dick zegt ‘Ik ben het met jullie allen eens ‘.
Helaas moet ik nog steeds zeggen: Nederlandse boeddhisten (van diverse tradities) kunnen nauwelijks met elkaar discussiëren, dat is van gedachten wisselen, dat is in potentie met elkaar van mening verschillen. Deels is dat omdat men elkaar opvatting niet kent, ondanks de derde regel uit de bodhisattvagelofte. En deels is het het verkeerd begrijpen van de regel van ‘zuiver spreken’.
M'n blog ' Een tekst geschreven vanuit verbazing ' is (met toestemming) op 25 februari 2013 overgenomen in het B.D. M'n verbazing betrof een eerder essay van Edel Maex.
Hieronder de gedachtenwisseling over mijn tekst:
Joop Romeijn zegt:
... opmerking vooraf ...:
Het is een esthetisch plezier flarden uit de Avatamsaka Sutra zelf te lezen; een goede aanleiding weer eens te wijzen op de rijke website van White-Jade-River met haar vertalingen van en toelichtingen op veel Mahayana Sutra’s. Haar website algemeen . En de Avatamsaka Sutra .
Wat betreft de reactie van Edel: gelukkig is het misverstand over je waardering van wetenschap (en van ‘filosofie’ voeg ik er maar aan toe, hoewel filosofie geen wetenschap maar iets eigensoortigs is)
Interessant dat je ‘soteriologie’ opvat als ‘het bevrijden van alle wezens’, terwijl ik het strenger bedoelde als ‘de leer van het bevrijden’ en bovendien niet weet of men een ander wel kan bevrijden.
En dan je vraag ‘Kunnen we niet beter de ontroering haar eigen soteriologisch werk laten doen?'
Ik onderdruk mijn neiging deze mogelijkheid onmiddellijk af te wijzen als zijnde het bij zichzelf illusies opwekken.
Het ontroert worden kan zeker een rol spelen om bv gericht te raken op andere waarden dan die van consumentisme en materialisme. Maar andere processen zijn m.i. onmisbaar om ‘de werkelijkheid te zien zoals die echt is’.
Eén van die zaken is sila , het zich ethisch proberen te gedragen.
De vraag is dus eigenlijk of de gerichtheid op sila het beste vòòr of nà de ontroering kan komen? Ik denk: vòòr.
Edel Maex zegt:
Joop
Ik weet niet of iedereen kan bevrijd worden, maar ik wil niemand a priori uitsluiten, vandaar alle.
Ontroert de sila jou dan niet?
Voor mij maakt het niet uit of iemand over de sila leert door de 5 leefregels of door een jatakaverhaal te horen of door een poëtische tekst te zingen. Laat iedereen aangesproken worden in zijn eigen aard en temperament.
En inderdaad: de sila is een wezenlijk onderdeel van het soteriologisch pad. Daar is geen weg om heen.
Joop Romeijn zegt:
Go, wat ben jij rolvast, Edel: “Ontroert de sila jou dan niet? "
Nou nee, maar ik probeer ook niet me te laten ontroeren. Toegegeven, de vijf aandachstoefeningen van Thich Nhat Hanh zijn esthetisch mooier dan die van de Pali Canon .
Het effect echter – niet toegeven aan m’n neiging die mug dood te slaan of dat vierde chocolaatje ook te nemen – is in principe hetzelfde.
Dus die ontroering is irrelevant.
Ook Jules Prast werd geïnspireerd door een artikel van Edel Maex.
Hij schreef op 17 februari ' De herberg van geborgenheid: kanttekeningen bij de Avatamsaka-commentaren van Edel Maex ', hier . Z'n artikel sloot Jules af met:
“ De geest van openheid die Edel Maex op gezag van de Avatamsaka Sutra vertolkt, zou ik graag zo opvatten: als een uitnodiging om in de onvermijdelijke pijn van de onderlinge verbroedering, in het existiële kraken en schuren van gekoesterde doctrines en heilverwachtingen, een unieke kans te ontwaren om de Dharma verder te brengen en klaar te maken voor komende generaties.
Een nieuwe synthese van zelf en ander als wenkend perspectief voor de boeddhistische wereld? Ik zou in ieder geval graag hopen op iets meer onderlinge handreiking, met behoud van eigenheid. Er moeten mensen opstaan die een pad uitzetten van dialoog. Wellicht dat het initiatief kan komen van de zengemeenschap, van de vertegenwoordigers van een traditie die er als geen andere een track record op nahoudt zichzelf bij herhaling te kunnen ‘revolutioneren’. “
Joop Romeijn zegt:
De komende weken wil ik nog eens goed nadenken over je ‘oproep’, Jules. Want zo beleef ik deze tekst.
Ik ken de teksten over ‘ One Dharma ’, bv dat van Joseph Goldstein, maar ook het commentaar er op van David Chapman.
Tot nu ervaar ik het vooral als de kip die aan het varken voorstelt (met excuses voor dit niet-vegetarische beeld) “zullen we samen het ontbijt ‘ham and eggs’ gaan verkopen, dan lever ik de eieren en jij de ham ” , wat het varken wel een goed idee leek tot zij zich realiseerde daarvoor te moeten sneven.
Het is niet dat ik hecht aan de concepten ‘samsara’ en ‘dukkha’ maar ik gooi ze toch nog niet weg ten behoeve van een poëtische eenheid. Ik ben nu eenmaal geen positivo.
M’n belangrijkste vraag is: waarom zou die verbroedering, die eenheid nodig zijn?
Waarom niet met elkaar leven vanuit de gedachte ‘we agree to disagree’?
Maar dit alles neemt niet weg die ik het debat tusen de diverse boeddhistische tradities zinnig en gewenst vindt.
Misschien is het resultaat niet het één worden maar een ‘we still disagree but on a higher level’.
Laten we dat debat maar eens in Nederland gaan voeren, niet met het doel het eens te worden noch met enig ander doel; alleen dan om het niveau van verbazing hoger te krijgen: hoe is het mogelijk dat hij/zij op deze manier denkt. Dat vind ik ook toch al behoorlijk poëtisch.
Laten we eerst maar eens Chapman gaan lezen.
Jules Prast zegt:
Beste Joop, ik ben ongelooflijk blij met jouw reactie. Mij gaat het om dialoog, je laten verbazen inderdaad, van elkaar leren. Niet om een eenheidsworst als eindresultaat, niet om voorwaarden vooraf om zeker te stellen wiens dharma de ware is. Een platform voor ontmoeting en wederzijdse stimulering. Zoiets. In eerdere artikelen in het BD schreef ik over de theravadavisie op meditatie. Kun je dat delen zonder dat je van richting hoeft te wisselen? Ik ben nieuwsgierig om over muurtjes heen te kijken maar die muurtjes mogen best blijven staan. Als je er over nadenkt (fijn dat je dat wilt), dan misschien in deze geest?
Joop Romeijn zegt:
Goed dat je terugkomt op de post van 12 februari , pas vijf dagen geleden maar sindsdien zijn er in het BD al weer veel zinnige maar ook veel overbodige artikelen geplaatst.
Ik vond het te lastig daar goed op te reageren vanuit een (niet ‘het’) Theravada-perspectief, er is te veel uit te leggen. Toch een korte poging. Het wordt wat technisch.
Je schreef “Wat voor de ‘techniek’ van de zenmeditatie geldt, gaat eveneens op voor andere vormen van mindfulnesstraining. Je zou eens kunnen kijken wat er gebeurt wanneer je tijdens het mediteren eerst de geest kalmeert en dan omschakelt naar een actieve(re) modus waarin je de woorden van de Boeddha als object van meditatie neemt.”
‘Mindfulness’ is een vereenvoudigde en geseculariseerde vorm van wat in de Theravada ‘vipassana-meditatie’ wordt genoemd en vertaald wordt als ‘inzicht’- (engels ‘insight’) meditatie. Meditatie dus en geen contemplatie op woorden; maar wel een actief soort meditatie: aandacht hebben (‘sati’ is het Pali-woord) voor wat er opkomt in je hoofd en weer verdwijnt.
De vipassana-meditatie wordt altijd vooraf gegaan door concentratie-meditatie; en dat lijkt me dicht bij wat in Zen bij het mediteren gedaan wordt.
‘ De woorden van de Boeddha' spelen bij de vipassana-meditatie wel als een referentie-kader een rol, met name dan de drie begrippen anatta (niet-zelf), anicca (onbestendigheid) en dukkha (lijden)
Zie bv dit Simsara-artikel voor verdere toelichting. Op deze Simsara-website is veel meer van je gading te vinden, maar ook breder want de Batchelors zijn geen Theravadins.
Naast ´vipassana´ beoefent men in de Theravada de laatste jaren ook steeds meer nog een andere meditatievorm, die van metta , meestal vertaald als liefdevolle vriendelijkheid .
Wel een kanttekening bij je streven: volgens mij is het goed meer dan één meditatie-vorm te beoefenen (veel vipassana-leraren vinden overigens van niet) maar niet door elkaar en pas als men één vorm als een soort thuisbasis goed beheerst.
Edel zegt:
Je kunt het boeddhisme benaderen in zijn gelijkenissen. Dan vind je veel overeenkomsten tussen de verschillende tradities. Je kunt zelfs verder gaan en veel gelijkenissen vinden tussen verschillende religies en levensbeschouwingen.
Je kunt het ook benaderen in zijn verschillen. Dan zie je grote verschillen tussen theravada en mahayana. Maar ook het mahayana is een heel heterogeen gegeven. En ook binnen zen vind je weer heel verschillende tradities. Zelfs binnen één traditie als de soto-zen ga je grote verschillen vinden tussen de leraren. En ik vertel niets nieuws als ik zeg dat ook een en dezelfde leraar vol contradicties kan zitten.
Beide benaderingen leveren andere resultaten op. Geen daarvan is meer of minder waar.
Veel interessanter dan de vraag naar de verschillen en gelijkenissen vind ik zoals Jules zegt: de dialoog, je laten verbazen, van elkaar leren.
Joop Romeijn zegt:
Na nog wat reflectie en studie heb ik – uitgedaagd door Jules – een blog geschreven over dit onderwerp. Zie hier.
Samengevat zegt ik:
A. Er zijn vormen van boeddhisme die vrij makkelijk de beoefening ervan in Dionysische richting bevorderen. ´Zen´, bijvoorbeeld, hoewel er ook meer Apollinisch gerichte Zen-beoefenaren zijn.
B. Er zijn vormen van boeddhisme die vrij makkelijk de beoefening ervan in Apollinische richting bevorderen. ‘Theravada´, bijvoorbeeld, hoewel er ook meer Dionysisch gerichte Theravadins zijn.
Ik hoop met dit begrippenpaar een soort neutrale taal te hebben kunnen introduceren waarin de discussie tussen beoefenaren gevoerd kan worden, zoals in het Boeddhistisch Dagblad bv Edel Maex, Dick Verstegen en Jules Prast bepleit hebben.
Mijn probleem met hun bijdragen was dat ze zelf ´poëtisch´ en ´Dionysisch´ van aard waren en dus niet perfect een gezamenlijk gedragen taal inhielden.
Want: Hoe discussieer je in godsnaam met een dichter ? Omgekeerd zouden zij mogelijk van mij kunnen zeggen:
Hoe kan je in godsnaam met een wetenschapper/filosoof komen tot een dialoog, je laten verbazen, van elkaar leren ? Deze laatste vraag probeer ik te beantwoorden.
Een uitdaging voor anderen?
Op 31 maart 2013 werd een lang artikel van Henk Blezer geplaatst ( hier )
' Kunt u zich voorstellen hoe het is om dood te zijn? ; over ervaringen en denkbeelden omtrent sterven en dood in de Tibetaans boeddhistische literatuur.
Een deel van de discussie daarover:
Joop Romeijn zegt:
Het was opvallend dat er bijna nooit iets in het Boeddhistisch Dagblad stond over het Tibetaans boeddhisme, vergeleken met stukken vanuit Theravada en Zen.
Wel de nodige artikelen over de Tibetaanse cultuur en de onderdrukking daarvan en over zelfverbrandingen maar dat is toch wat anders dan de Dharma.
Met dit lange artikel van Henk Blezer lijkt die achterstand in één klap ingehaald.
Het is inderdaad lang maar zeer de moeite waard, er de tijd voor te nemen. (Misschien staan er juist teveel korte artikelen en non-onderwerpen in het BD)
Een probleem voor iemand die (zoals ik) bezig is met zijn of haar eigen dood is dat het tegelijk verwachtingen wekt.
Namelijk versterking van de fantasie van een ‘mooie dood’ in bed in een stille kamer met geliefden om me heen, en de verschillende fasen van het sterven ervarend.
Ik probeer juist, geen verwachtingen te hebben ; en realiseer me ook dat het er anders aan toe kan gaan, wreder bijvoorbeeld, of korter of eenzamer.
‘Sterven, meestal geen haastig project ‘, zegt Joop Hoek terecht, maar garanties daarop zijn er niet, en dus ook geen verwachtingen.
robbie rosmalen zegt:
Hoi Joop R,
De hierboven beschreven leringen zijn fantastische oefeningen en een schat aan praktische wijsheid. Maar als je serieus de hierboven beschreven oefeningen wilt doen dien je volgens de traditionele bronnen eerst een Mahayana/Vajrayana Spirituele Gids te vinden, van die persoon een Hoogste Yoga Tantra machtiging verkrijgen van Heroeka of Vajrayogini of andere HYT Boeddha. Dan dien je ervaring te krijgen met de leringen over onthechting, (de wens om uit samsara te ontsnappen) de aard van samsara, groot mededogen en bodhichitta en leegte. Daarna kan je beginnen om vertrouwd te raken met die leringen. Zie onder andere ; Tantrische Gronden en Paden, Gids naar Dakiniland, Mahamudra Tantra, Essentie van Vajrayana en Helder Licht van Gelukzaligheid van Eerw. Geshe Kelsang Gyatso. Stukken kan je wellicht vinden via google books, titel intypen etc..
vriendelijke groeten
Robbie
PS Boeddhistische Tantra (die kan leiden naar verlichting in 1 leven) zonder bodhichitta bestaat niet, zonder ervaring van leegte is Boeddhistische Tantra onmogelijk en zonder ervaring van de basisbegrippen van Sutra van Boeddha’s leer kan de Tantra negatieve effecten veroorzaken. (Dus door verkeerd gebruik, niet de fout van de leringen.)
Joop Romeijn zegt:
Misschien heb ik het artikel van Blezer verkeerd gelezen, Robbie.
Want ik heb het niet als een serie oefeningen opgevat maar als een beschrijving van feiten, van ervaringen.
Overigens bedankt voor de informatie; het is duidelijk een andere insteek dan Zen of Theravada. Van en over Geshe Kelsang Gyatso had ik al het een en ander gelezen: een fascinerende wereld, dat Tibetaans boeddhisme.
robbie rosmalen zegt:
Beste Joop,
het is een beschrijving van feiten/ervaringen die alleen bewust kunnen worden waargenomen door zeer ervaren en geoefende tantrische beoefenaars. De verschillende verschijningen vinden trouwens ook elke nacht plaats, tijdens het in slaap vallen en de verschillende stadia van de slaap. Dus die verschijningen ontstaan tijdens het proces van de slaap, tijdens het sterven en voor de beoefenaars tijdens meditatie waaneer men de innerlijke winden beheerst en die in het centraal kanaal kan leiden en vasthouden. Het doel van die meditatie is om in dit leven volledige verlichting/boeddhaschap te bereiken door met de gelukzaligheid van de zeer subtiele heldere licht geest te mediteren op leegte(sunyata). Het is nogal wat dus…
zondag 10 maart 2013
Waarom lezen boeddhisten eigenlijk, en waarom ik ?
Het uitkomen van het vroege Lentenummer van BoeddhaMagazine afgelopen week was aanleiding tot een discussie in LinkedIn over inhoud en vormgeving (electronisch of op papier) van een boeddhistisch tijdschrift.
Een interessante discussie die ik hieronder zal weergeven; maar eerst een vraag die daaraan vooraf moet gaan: Waarom leest een boeddhist eigenlijk ?
Mijn poging tot antwoord erop is een beetje als schrijver(tje) maar vooral als lezer.
Ondanks dat er veel-lezers en weinig-lezers zijn, spreek ik voor het gemak verder maar in de meervoudsvorm.
Lang niet alle boeddhisten lezen veel (over het boeddhisme), in Nederland. Sommige helemaal niet. En ik heb de indruk dat dat in Aziatische en in andere Westerse landen niet veel anders is.
Wel nemen we allemaal in orale vorm allerlei teksten tot ons.
Het boeddhisme was oorspronkelijk ook een orale traditie. En een kenmerk daarvan is de herhaling .
Dat roept een interessante eerste vraag op: lezen we het liefste dat wat we al weten of liever iets nieuws ? Ik denk dat de boeddhist (de mens als boeddhist) het liefst leest wat hij/zij al weet. Waarbij we wel diezelfde boodschap op licht gevarieerde vorm wil lezen of horen.
Steeds weer opnieuw kennelijk. Alleen daarmee wordt het begrijpelijk waarom nieuwe boeken van boeddhistische bestsellerschrijvers opnieuw gekocht worden hoewel ze vaak dezelfde boodschap en deels dezelfde teksten bevatten als eerder geschreven boeken.
In een poging precieser te zijn moeten we eerst kijken naar de functie van het lezen.
Ik heb er geen wetenschappelijke literatuur op nageslagen maar volgens mij kunnen er met teksten drie zaken worden overgedragen ; plus nog een functie:
(1) feitelijke informatie; van losse feiten tot in een theoretisch kader gebrachte gegevens
(2) meningen; van heel persoonlijke tot groepsideologieën
(3) gevoelens; van subjectieve uitingen via poëzie tot mantra's
(4) eigenbelang: bekendheid, geld etc.
Er zijn natuurlijk ook allerlei mengvormen en combinaties. 'De lezer proberen te overtuigen' bijvoorbeeld, met argumenten die van alles kunnen bevatten. Of 'verleiden'. Of 'intimideren'.
Dat is vanuit de schrijver dus. Vanuit de lezer is het wezenlijk niet anders. De lezer wil ontroerd, geïnformeerd of geamuseerd worden, lang bezig gehouden of juist snel up-to-date gebracht. En de lezer wil 'er bij horen', door gelezen te hebben wat anderen gelezen hebben.
Geldt dit ook boeddhistische teksten? Lijkt me wel.
Ik noem een paar mengvormen die ik kan bedenken als redenen tot lezen zijn, of tot aanhoren van lezingen of gechante teksten:
(a) Uitleg hoe een beoefening moet. Dat kan van alles zijn: hoe precies te zitten bij meditatie, een tekst om in te prenten, wat de volgorde is bij rituele handelingen, enzovoorts.
(b) Uiteenzetting van de boeddhistische leer, de Dhamma of Dharma. Veel boeken van 'bekende boeddhisten', met name van monniken, zijn eigenlijk door hen uitgesproken talks die door leerlingen zijn opgenomen en uitgewerkt.
(c) Chanten of reciteren van sutra's en andere klassieke teksten. Of het luisteren ernaar waarbij het 'van binnen' mee-resoneert. Desnoods het lezen ervan als tweede keus. Een functie die ik lang met m'n protestante en theravada-achtergrond over het hoofd heb gezien. Maar teksten als van Connie Franssen en van Menno Prins hebben me nog eens ingescherpt dat sutra's er niet alleen zijn om te lezen maar om te reciteren of chanten, dat ze ' de taal van het hart ' zijn.
Ik herken dat laatste wel en ervaar dat soms ook wel maar een sutra of (als ik het over Theravada heb) een sutta is voor mij toch primair een tekst die ik wil begrijpen.
En dat dualisme dat veel boeddhisten (juist zij die zeggen non-dualistisch te willen zijn) propageren tussen het hoofd en het hart (en daarbij dan 'het hart' prefereren) deugt volgens mij niet.
Een sutra of sutta wil ik met het hoofd èn met het hart begrijpen.
De Hart Sutra, om een uitgesproken Mahayana-tekst als voorbeeld te nemen kan men wel alleen als een soort muziekstuk over zich heen laten komen. Maar ik denk dat weten wat 'vorm' eigenlijk is in het vroege boeddhisme, en weten wie Sariputta was, geen kwaad kan.
===================================================================
UPDATE - Een apart type tekst en in zekere zin een aparte functie is de ervaringsbeschrijving , vaak over de meditatie: pieken en dalen. Opvallend genoeg bijna altijd teksten door vrouwen (jongere en oudere meisjes); of dat ook de lezers ervan geldt, weet ik niet. De functie ervan is misschien vooral herkenning en het zich vergelijken.
===================================================================
Samenvattend: de lezer wil met het lezen van boeddhistische teksten geïnformeerd worden en gesticht worden; om een ouderwetse term te gebruiken: meegevoerd worden.
Ondanks dat het een heel rijtje is geworden, komt het toch eigenlijk niet op zoveel leesstof neer. Alles bij elkaar kan het bij wijze van spreken in één boek opgenomen worden.
Hoewel velen zeggen dat lezen werk van het 'hoofd' (de hersenen) is en dat je als boeddhist niet 'zo in je hoofd moet zitten' , niet zo moet denken ook, valt het wat dat betreft wel mee.
Toch is er enorm veel tekst, waardevolle tekst dan (nog veel meer vullis maar daar gaat het vandaag even niet over).
Waarom dat dan lezen? Waarom al die boeken en tijdschriftartikelen en blogs ?
Ik denk vooral: herbevestigd willen worden en m'n tijd op een 'spirituele' wijze doorbrengen.
Maar ook om mezelf te toetsen ; uit nieuwsgierigheid over hoe andere vormen van boeddhisme en het beoefenen van boeddhisme er uit zien. En ook om daar polemisch mee om te gaan, te formuleren of ik het er mee eens of niet mee eens ben.
Laat ik dit alles proberen te toetsen aan de mooie serie blogs van Edel Maex, oorspronkelijk verschenen in Leven in de Maalstroom , later overgenomen door het BoeddhistischDagblad
Niet alleen mooie taal (in esthetische zin) maar ook met een meeslepende diepzinnigheid. En vooral ook: komend van een persoon, gedragen door iemand. Tegelijk zitten er veel zaken in die me tegen de haren instrijken. Ik heb op een aantal van deze essays van Edel gereageerd; en om het onbescheiden te zeggen: dat waren goeie reacties, zijn tekst riep het beste (het polemisch beste maar toch het beste) in me op.
Wat betekent deze beschouwing nu voor de discussie (op o.a.LinkedIn) naar aanleiding van het uitkomen van het vroege lentenummer van BoeddhaMagazine.
Naast het thema of BM zich niet te veel richting Happinez beweegt was er de vraag of het niet tijd wordt voor een digitaal tijdschrift.
Er was ook nog de vraag of dan de copy van het BoeddhistischDagblad de enige inhoud van zo'n tijdschrift moet vormen; over die vraag kan ik kort zijn: dat zou niet goed zijn.
Het is (volgens mij) voor boeddhisten die het lezen van boeddhistische teksten als onderdeel voor hun beoefening beschouwen (voor hun 'hoofd', voor hun 'hart' of voor beide) nuttig als zo'n tijdschrift er zou komen.
Of dat naast of in plaats van BM en BD moet, weet ik niet. Vanuit de optiek van de lezer doet dat er niet zo toe. Wat wel van belang is dat er een toets op kwaliteit komt voor een tekst wordt gepubliceerd; dat kan tot gevolg hebben: als er een bepaalde maand niets is om te publiceren, dan is er niets en wordt er geen bladvulling gezocht .
(Een praktisch probleem wordt dan wel wie er in de redactie moet, wie voldoet er aan de eis van onafhankelijkheid?)
Voor mij is dit electronische tijdschrift er eigenlijk al: op de website van de SIM, www.simsara.nl ; in het bijzonder het tijdschrift, hier aangegeven als 'Nieuwsbrief' .
Maar waar we naar op zoek zijn, is een nog in sterkere mate traditie-overstijgend tijdschrift.
Nog meer om te lezen .
Ik lees ook wel andere teksten dan 'boeddhistische' zoals hierboven bedoeld. Ook kranten, fictie- en non-fictie boeken, ter lering ontspanning en escapisme. Of gedichten, jaren niet en dan weer wel, Rainer Maria Rilke bijvoorbeeld is een van m'n favorieten, en Remco Campert.
Maar van de non-fictie teksten is er nog een speciaal type hier van belang: boeddhologische .
Dat is de wetenschap die het boeddhisme als verschijnsel bestudeert zoals de astrofysica het verschijnsel van sterren(stelsels) en melkweg(stelsels) en hun ontstaan bestudeert.
Om een voorbeeld te noemen: Nagarjuna . Men kan een uitspraak van Nagarjuna los van enige context herhaaldelijk 'citeren', zoals 'Samsara is Nirvana ' .
Het is echter ook mogelijk Nagarjuna en zijn werk in zijn tijd proberen te zien, en de verspreiding van zijn werk (soms Madhyamaka genoemd) over Azië naar bv Tibet en China te kennen.
Met dit type studies houd ik me ook graag bezig, zonder te verwachten (laat staan te verlangen) dat ook andere boeddhisten dat doen.
De centrale vraag daarbij, want anders zou het alleen maar een persoonlijke hobby zijn, is: heb ik aan die studie ook iets voor mijn boeddhistische beoefening, voor mijn pad?
Mijn antwoord: wel een beetje, af en toe. Ruim genoeg om ermee door te gaan.
De beste tekst daarover is van de Engelse (Triratna)boeddhist Jayarava die ook nog eens over zijn onderzoeksresultaten schrijft: Amateur Scholars: Pros and Cons
Ik citeer hier zijn conclusie. Het is in het Engels. Daarover nog een opmerking:
Wie over het boeddhisme wil lezen, als boeddhist, heeft aan het begrijpen van de Engelse taal nog meer dan aan een Aziatische. De hoeveelheid literatuur is wel het honderdvoudige dan die in het Nederlands. Met veel onzin uiteraard (budshit) maar ook veel van zeer hoog niveau.
Maar zolang lezen in het Nederlands me dichter bij kan brengen, moet die er toch ook maar blijven.
Conclusion
I love the way that the Internet has reopened the field to amateurs. But the Internet has produced very few scholars of note, and few commentators consistently worth reading—some exceptions that I enjoy can be found in the "Blogs I Read" section in the sidebar. The best Buddhist blogs are usually the popular comment blogs with no pretension to scholarship, or the scholarly blogs by academics (though again there are exceptions). The tensions that often exist between popular magazine writers, and popular blog writers are a feature of the landscape of popular Buddhism, but they don't usually impinge much on the realm of serious scholarship. Where popular and professional Buddhist writing and Buddhist scholarship do cross over the result is often mutual incomprehension.
We need to be aware of our limitations. Unfortunately amateurs, with no training and often no discipline, no access to the secondary literature, and no participation in critical dialogue, can be unaware of their limitations. But amateurs are also free from the constraints of earning a living from their writing, from the artificial conditions imposed on 'serious' writing, and from the paradigmatic thinking that makes new ideas hard to see in academia. As amateurs we do not have to find approval from our peers, and this can be both weakness and strength.
Scholars, whether amateur or professional, play an important role in the ecosystem of Buddhism. Scholars are part of the system of checks and balances that characterise a healthy society. Old ideas are conserved, and put into appropriate context and perspective. New ideas, emerging from experience, are assessed in the light of existing intellectual frameworks. Knowledge gradually accumulates. Scholars, whether directly or indirectly, are in dialogue with practitioners (and increasingly span both camps) and help to refine interpretations of experiences, and the language by which our ideas, images and practices are communicated. Without scholars our ecosystem would collapse. We need only look at the toxicity of the the anti-intellectual fundamentalist religious sects to see where a rejection of scholars and scholarship lands us. Of course scholarship should not blind us to the experiential nature of the Buddhist program. Ideas can get in the way of practice—too many of us are trying to prove a dogma instead of paying attention to what is happening—but a good scholar knows this limitation and works with it.
Tot zover Jayarava.
Als ik in een sentimentele bui zou zijn, zou ik zeggen dat hij tot m'n ' boeddhistische helden ' zou behoren met bv Batchelor en Buddhadasa; maar dat ben ik vandaag niet.
Toch is dat een boeiend fenomeen. Er zijn nu eenmaal schrijvers waarvan je alles wil lezen, waarbij je haast bij voorbaat weet dat ze je gaan inspireren. Dat is tegelijk een fijn èn een gevaarlijk gevoel, want dan is het moeilijk toe te geven dat het wel eens tegenvalt wat je 'held' heeft geschreven.
Dat hou je toch.
Het omgekeerde trouwens ook: dat iemand waarvan ik niet zo'n hoge dunk heb (ik ben nog niet ontwaakt) ineens iets schrijft dat me raakt.
Dus: blijf schrijven en blijf lezen.
En laat het los.
Een interessante discussie die ik hieronder zal weergeven; maar eerst een vraag die daaraan vooraf moet gaan: Waarom leest een boeddhist eigenlijk ?
Mijn poging tot antwoord erop is een beetje als schrijver(tje) maar vooral als lezer.
Ondanks dat er veel-lezers en weinig-lezers zijn, spreek ik voor het gemak verder maar in de meervoudsvorm.
Lang niet alle boeddhisten lezen veel (over het boeddhisme), in Nederland. Sommige helemaal niet. En ik heb de indruk dat dat in Aziatische en in andere Westerse landen niet veel anders is.
Wel nemen we allemaal in orale vorm allerlei teksten tot ons.
Het boeddhisme was oorspronkelijk ook een orale traditie. En een kenmerk daarvan is de herhaling .
Dat roept een interessante eerste vraag op: lezen we het liefste dat wat we al weten of liever iets nieuws ? Ik denk dat de boeddhist (de mens als boeddhist) het liefst leest wat hij/zij al weet. Waarbij we wel diezelfde boodschap op licht gevarieerde vorm wil lezen of horen.
Steeds weer opnieuw kennelijk. Alleen daarmee wordt het begrijpelijk waarom nieuwe boeken van boeddhistische bestsellerschrijvers opnieuw gekocht worden hoewel ze vaak dezelfde boodschap en deels dezelfde teksten bevatten als eerder geschreven boeken.
In een poging precieser te zijn moeten we eerst kijken naar de functie van het lezen.
Ik heb er geen wetenschappelijke literatuur op nageslagen maar volgens mij kunnen er met teksten drie zaken worden overgedragen ; plus nog een functie:
(1) feitelijke informatie; van losse feiten tot in een theoretisch kader gebrachte gegevens
(2) meningen; van heel persoonlijke tot groepsideologieën
(3) gevoelens; van subjectieve uitingen via poëzie tot mantra's
(4) eigenbelang: bekendheid, geld etc.
Er zijn natuurlijk ook allerlei mengvormen en combinaties. 'De lezer proberen te overtuigen' bijvoorbeeld, met argumenten die van alles kunnen bevatten. Of 'verleiden'. Of 'intimideren'.
Dat is vanuit de schrijver dus. Vanuit de lezer is het wezenlijk niet anders. De lezer wil ontroerd, geïnformeerd of geamuseerd worden, lang bezig gehouden of juist snel up-to-date gebracht. En de lezer wil 'er bij horen', door gelezen te hebben wat anderen gelezen hebben.
Geldt dit ook boeddhistische teksten? Lijkt me wel.
Ik noem een paar mengvormen die ik kan bedenken als redenen tot lezen zijn, of tot aanhoren van lezingen of gechante teksten:
(a) Uitleg hoe een beoefening moet. Dat kan van alles zijn: hoe precies te zitten bij meditatie, een tekst om in te prenten, wat de volgorde is bij rituele handelingen, enzovoorts.
(b) Uiteenzetting van de boeddhistische leer, de Dhamma of Dharma. Veel boeken van 'bekende boeddhisten', met name van monniken, zijn eigenlijk door hen uitgesproken talks die door leerlingen zijn opgenomen en uitgewerkt.
(c) Chanten of reciteren van sutra's en andere klassieke teksten. Of het luisteren ernaar waarbij het 'van binnen' mee-resoneert. Desnoods het lezen ervan als tweede keus. Een functie die ik lang met m'n protestante en theravada-achtergrond over het hoofd heb gezien. Maar teksten als van Connie Franssen en van Menno Prins hebben me nog eens ingescherpt dat sutra's er niet alleen zijn om te lezen maar om te reciteren of chanten, dat ze ' de taal van het hart ' zijn.
Ik herken dat laatste wel en ervaar dat soms ook wel maar een sutra of (als ik het over Theravada heb) een sutta is voor mij toch primair een tekst die ik wil begrijpen.
En dat dualisme dat veel boeddhisten (juist zij die zeggen non-dualistisch te willen zijn) propageren tussen het hoofd en het hart (en daarbij dan 'het hart' prefereren) deugt volgens mij niet.
Een sutra of sutta wil ik met het hoofd èn met het hart begrijpen.
De Hart Sutra, om een uitgesproken Mahayana-tekst als voorbeeld te nemen kan men wel alleen als een soort muziekstuk over zich heen laten komen. Maar ik denk dat weten wat 'vorm' eigenlijk is in het vroege boeddhisme, en weten wie Sariputta was, geen kwaad kan.
===================================================================
UPDATE - Een apart type tekst en in zekere zin een aparte functie is de ervaringsbeschrijving , vaak over de meditatie: pieken en dalen. Opvallend genoeg bijna altijd teksten door vrouwen (jongere en oudere meisjes); of dat ook de lezers ervan geldt, weet ik niet. De functie ervan is misschien vooral herkenning en het zich vergelijken.
===================================================================
Samenvattend: de lezer wil met het lezen van boeddhistische teksten geïnformeerd worden en gesticht worden; om een ouderwetse term te gebruiken: meegevoerd worden.
Ondanks dat het een heel rijtje is geworden, komt het toch eigenlijk niet op zoveel leesstof neer. Alles bij elkaar kan het bij wijze van spreken in één boek opgenomen worden.
Hoewel velen zeggen dat lezen werk van het 'hoofd' (de hersenen) is en dat je als boeddhist niet 'zo in je hoofd moet zitten' , niet zo moet denken ook, valt het wat dat betreft wel mee.
Toch is er enorm veel tekst, waardevolle tekst dan (nog veel meer vullis maar daar gaat het vandaag even niet over).
Waarom dat dan lezen? Waarom al die boeken en tijdschriftartikelen en blogs ?
Ik denk vooral: herbevestigd willen worden en m'n tijd op een 'spirituele' wijze doorbrengen.
Maar ook om mezelf te toetsen ; uit nieuwsgierigheid over hoe andere vormen van boeddhisme en het beoefenen van boeddhisme er uit zien. En ook om daar polemisch mee om te gaan, te formuleren of ik het er mee eens of niet mee eens ben.
Laat ik dit alles proberen te toetsen aan de mooie serie blogs van Edel Maex, oorspronkelijk verschenen in Leven in de Maalstroom , later overgenomen door het BoeddhistischDagblad
Niet alleen mooie taal (in esthetische zin) maar ook met een meeslepende diepzinnigheid. En vooral ook: komend van een persoon, gedragen door iemand. Tegelijk zitten er veel zaken in die me tegen de haren instrijken. Ik heb op een aantal van deze essays van Edel gereageerd; en om het onbescheiden te zeggen: dat waren goeie reacties, zijn tekst riep het beste (het polemisch beste maar toch het beste) in me op.
Wat betekent deze beschouwing nu voor de discussie (op o.a.LinkedIn) naar aanleiding van het uitkomen van het vroege lentenummer van BoeddhaMagazine.
Naast het thema of BM zich niet te veel richting Happinez beweegt was er de vraag of het niet tijd wordt voor een digitaal tijdschrift.
Er was ook nog de vraag of dan de copy van het BoeddhistischDagblad de enige inhoud van zo'n tijdschrift moet vormen; over die vraag kan ik kort zijn: dat zou niet goed zijn.
Het is (volgens mij) voor boeddhisten die het lezen van boeddhistische teksten als onderdeel voor hun beoefening beschouwen (voor hun 'hoofd', voor hun 'hart' of voor beide) nuttig als zo'n tijdschrift er zou komen.
Of dat naast of in plaats van BM en BD moet, weet ik niet. Vanuit de optiek van de lezer doet dat er niet zo toe. Wat wel van belang is dat er een toets op kwaliteit komt voor een tekst wordt gepubliceerd; dat kan tot gevolg hebben: als er een bepaalde maand niets is om te publiceren, dan is er niets en wordt er geen bladvulling gezocht .
(Een praktisch probleem wordt dan wel wie er in de redactie moet, wie voldoet er aan de eis van onafhankelijkheid?)
Voor mij is dit electronische tijdschrift er eigenlijk al: op de website van de SIM, www.simsara.nl ; in het bijzonder het tijdschrift, hier aangegeven als 'Nieuwsbrief' .
Maar waar we naar op zoek zijn, is een nog in sterkere mate traditie-overstijgend tijdschrift.
Nog meer om te lezen .
Ik lees ook wel andere teksten dan 'boeddhistische' zoals hierboven bedoeld. Ook kranten, fictie- en non-fictie boeken, ter lering ontspanning en escapisme. Of gedichten, jaren niet en dan weer wel, Rainer Maria Rilke bijvoorbeeld is een van m'n favorieten, en Remco Campert.
Maar van de non-fictie teksten is er nog een speciaal type hier van belang: boeddhologische .
Dat is de wetenschap die het boeddhisme als verschijnsel bestudeert zoals de astrofysica het verschijnsel van sterren(stelsels) en melkweg(stelsels) en hun ontstaan bestudeert.
Om een voorbeeld te noemen: Nagarjuna . Men kan een uitspraak van Nagarjuna los van enige context herhaaldelijk 'citeren', zoals 'Samsara is Nirvana ' .
Het is echter ook mogelijk Nagarjuna en zijn werk in zijn tijd proberen te zien, en de verspreiding van zijn werk (soms Madhyamaka genoemd) over Azië naar bv Tibet en China te kennen.
Met dit type studies houd ik me ook graag bezig, zonder te verwachten (laat staan te verlangen) dat ook andere boeddhisten dat doen.
De centrale vraag daarbij, want anders zou het alleen maar een persoonlijke hobby zijn, is: heb ik aan die studie ook iets voor mijn boeddhistische beoefening, voor mijn pad?
Mijn antwoord: wel een beetje, af en toe. Ruim genoeg om ermee door te gaan.
De beste tekst daarover is van de Engelse (Triratna)boeddhist Jayarava die ook nog eens over zijn onderzoeksresultaten schrijft: Amateur Scholars: Pros and Cons
Ik citeer hier zijn conclusie. Het is in het Engels. Daarover nog een opmerking:
Wie over het boeddhisme wil lezen, als boeddhist, heeft aan het begrijpen van de Engelse taal nog meer dan aan een Aziatische. De hoeveelheid literatuur is wel het honderdvoudige dan die in het Nederlands. Met veel onzin uiteraard (budshit) maar ook veel van zeer hoog niveau.
Maar zolang lezen in het Nederlands me dichter bij kan brengen, moet die er toch ook maar blijven.
Conclusion
I love the way that the Internet has reopened the field to amateurs. But the Internet has produced very few scholars of note, and few commentators consistently worth reading—some exceptions that I enjoy can be found in the "Blogs I Read" section in the sidebar. The best Buddhist blogs are usually the popular comment blogs with no pretension to scholarship, or the scholarly blogs by academics (though again there are exceptions). The tensions that often exist between popular magazine writers, and popular blog writers are a feature of the landscape of popular Buddhism, but they don't usually impinge much on the realm of serious scholarship. Where popular and professional Buddhist writing and Buddhist scholarship do cross over the result is often mutual incomprehension.
We need to be aware of our limitations. Unfortunately amateurs, with no training and often no discipline, no access to the secondary literature, and no participation in critical dialogue, can be unaware of their limitations. But amateurs are also free from the constraints of earning a living from their writing, from the artificial conditions imposed on 'serious' writing, and from the paradigmatic thinking that makes new ideas hard to see in academia. As amateurs we do not have to find approval from our peers, and this can be both weakness and strength.
Scholars, whether amateur or professional, play an important role in the ecosystem of Buddhism. Scholars are part of the system of checks and balances that characterise a healthy society. Old ideas are conserved, and put into appropriate context and perspective. New ideas, emerging from experience, are assessed in the light of existing intellectual frameworks. Knowledge gradually accumulates. Scholars, whether directly or indirectly, are in dialogue with practitioners (and increasingly span both camps) and help to refine interpretations of experiences, and the language by which our ideas, images and practices are communicated. Without scholars our ecosystem would collapse. We need only look at the toxicity of the the anti-intellectual fundamentalist religious sects to see where a rejection of scholars and scholarship lands us. Of course scholarship should not blind us to the experiential nature of the Buddhist program. Ideas can get in the way of practice—too many of us are trying to prove a dogma instead of paying attention to what is happening—but a good scholar knows this limitation and works with it.
Tot zover Jayarava.
Als ik in een sentimentele bui zou zijn, zou ik zeggen dat hij tot m'n ' boeddhistische helden ' zou behoren met bv Batchelor en Buddhadasa; maar dat ben ik vandaag niet.
Toch is dat een boeiend fenomeen. Er zijn nu eenmaal schrijvers waarvan je alles wil lezen, waarbij je haast bij voorbaat weet dat ze je gaan inspireren. Dat is tegelijk een fijn èn een gevaarlijk gevoel, want dan is het moeilijk toe te geven dat het wel eens tegenvalt wat je 'held' heeft geschreven.
Dat hou je toch.
Het omgekeerde trouwens ook: dat iemand waarvan ik niet zo'n hoge dunk heb (ik ben nog niet ontwaakt) ineens iets schrijft dat me raakt.
Dus: blijf schrijven en blijf lezen.
En laat het los.
woensdag 20 februari 2013
Apollinisch of dionysisch boeddhisme ? Een soort oefening in verbazing en een poging tot dialoog
Een tekst geschreven vanuit verbazing.
In een blog, later opgenomen in het ‘ BoeddhistischDagblad’ , schreef Edel Maex:
Er is een verschil tussen poëzie en filosofie. Thich Nhat Hanh benadrukt vaak dat we moeten beseffen dat de mensen die de Bijbel of de Mahayana Sutra’s geschreven hebben dichters waren en geen wetenschappers of filosofen. Daarom is het voor sommige teksten misschien maar best ze te zingen.
Niet alleen worden hiermee ‘filosofie’ en ‘wetenschap’ niet echt positief bejegend, ook wordt gesuggereerd dat het boeddhisme (de Dhamma of Dharma) niet wetenschappelijk of filosofisch van aard is maar poëtisch van aard. Niet primair of zelfs helemaal niet.
Mijn tweede vraag is of dit ook de Sutta’s geldt, als onderdeel van de Pali Canon dus? Oppervlakkig gezien zeker niet, de meeste Sutta’s bevatten vooral opsommingen; slechts af en toe afgewisseld door meer poëtische teksten die het prozaïsche herhalen. Wat historisch (in deze orale traditie, dat moet benadrukt worden) het eerste kwam, de proza of de poëzie, weet ik niet, zeker niet van alle teksten.
M’n eerste vraag of het een goede tegenstelling is? Ik denk van niet.
Op een strenge manier zou ik zeggen: het gaat noch om wetenschap (wat daar ook onder verstaan wordt) noch om filosofie (idem) noch om poëzie maar om soteriologie , een term uit het Christendom maar in het Boeddhisme te verstaan als: hoe het lijden te beeindigen ?
Dat vind ik. Maar het brengt een discussie tussen boeddhistische tradities niet veel verder, want daar gaat het me hier om. Ik heb namelijk de indruk dat sommige Zen-boeddhisten en iemand als Thich Nhat Hanh de concepten dukkha en samsara niet erg centraal stellen in hun uitingen, om het voorzichtig te zeggen
Ik ben niet te beroerd om het stelliger te zeggen: die de concepten dukkha en samsara hebben verdonkeremaand in hun Dharma.
Een helder statement, een diepe overtuiging, die helaas toch de meeste lezers niet zal overtuigen.
Daarom wil ik als denkoefening gebruik maken van een andere tegenstelling, zeer filosofisch en ook poëtisch èn wetenschappelijk (want als reflectie op kunstwerken): Apollinisch versus dionysisch
Mijn vraag is of dit ook van toepassing is op vormen van boeddhisme, op diverse tradities als geheel, met elkaar vergeleken of of diverse vormen van beoefenen van het boeddhisme op persoonlijk niveau?
Ik denk van wel, anders zou ik niet verder geschreven en gepubliceerd hebben.
Eerst korte definities (uit Wikipedia)
Dionysisch betekent extatisch (ondoordacht, geestesvervoering, onrustig, dronkenschap en onbeheerst); deze term is ontleend aan de Griekse god Dionysus.
Het tegenovergestelde wordt meestal aangeduid met
Apollinisch betekent rustig (doordacht, overdacht en beheerst); deze term is ontleend aan de Griekse god Apollon.
Deze termen worden vaak gebruikt om een geestesgesteldheid aan te duiden bij een benadering van een uiting (beeld of geluid).
Meestal wordt de tegenstelling – of beter gezegd het spanningsveld – tussen deze twee gesteldheden’ oorspronkelijk toegeschreven aan Nietzsche maar ze blijkt eerder door Schelling gebruikt te zijn.
Wat me heeft geïnspireerd is een essay van Simon Vestdijk (dan moet je wel oud zijn, wie leest er nu nog Vestdijk?) H. Marsman als Apollinische persoonlijkheid (wie leest er nu nog Marsman?)
In een bijlage neem ik een paar fragmenten uit dit essay over, passages over het werk van Marsman overslaand.
Het wat vrij interpreterend (en voorzover ik het heb begrepen), zou ik willen zeggen:
A. Er zijn vormen van boeddhisme die vrij makkelijk de beoefening ervan in Dionysische richting bevorderen. ´Zen´, bijvoorbeeld, hoewel er ook meer Apollinisch gerichte Zen-beoefenaren zijn.
B. Er zijn vormen van boeddhisme die vrij makkelijk de beoefening ervan in Apollinische richting bevorderen. 'Theravada´, bijvoorbeeld, hoewel er ook meer Dionysisch gerichte Theravadins zijn.
Ik hoop met dit begrippenpaar een soort neutrale taal te hebben kunnen introduceren waarin de discussie tussen beoefenaren gevoerd kan worden, zoals in het Boeddhistisch Dagblad bv Edel Maex, Dick Verstegen en Jules Prast bepleit hebben.
Zie hier en hier .
Mijn probleem met hun bijdragen was dat ze zelf ´poëtisch´ en ´Dionysisch´ van aard waren en dus niet perfect een gezamenlijk gedragen taal inhielden.
Want: hoe discussieer je in godsnaam met een dichter ?
Omgekeerd zouden zij mogelijk van mij kunnen zeggen:
Hoe kan je in godsnaam met een wetenschapper/filosoof komen tot een dialoog, je laten verbazen, van elkaar leren ?
HET antwoord op die vragen heb ik niet. Zelf denk ik aan de stekelvarken-benadering: heel voorzichtig.
Misschien moet een tot het dionysische geneigde boeddhist juist zoeken naar apollinische elementen in zijn/haar eigen boeddhistische traditie.
En moet omgekeerd een tot het apollinische geneigde boeddhist juist zoeken naar dionysische elementen in zijn/haar eigen boeddhistische traditie.
Laat ik twee voorbeelden geven vanuit mijn vrijzinnige (ik ben dus een slecht model) Theravada perspectief:
- De Pali Canon bevat ook prachtige poëtische – maar tegelijk spirituele – teksten.
Bijvoorbeeld de ´Verzen van de Nonnen´ ( Therigatha ) en de ´Verzen van Monikken´ ( Theragatha .)
- Het beoefenen bevat allerlei elementen. Strenge tekst (Dhamma-)studie tot en met diverse meditatie-vormen. De hier meest bekende vorm vipassana wordt wel analytisch genoemd en kan ik ook apollinisch noemen.
De metta -meditatie en de richting absorptie (jhana) gaande samatha wordt door veel meer innerlijke (want we doen het wel in stilte !) ' uitbundigheid ' gekenmerkt.
Gezongen, gechant, wordt er in Theravada-kloosters soms ook; daarbij wordt er echter in het geheel niet naar gestreefd esthetisch aangename geluiden voort te brengen; ik ken althans weinig mensen die daar lyrisch van worden.
Een paar fragmenten uit het essay ´ Marsman als Apollinische persoonlijkheid ´ door Simon Vestdijk
Niet voor niets hadden in Delphi de beide goden, Apollo en Dionysos, het jaar onder elkaar verdeeld, zij het ook in ongelijke delen! Bij een mythologische plaatsbepaling als hier beproefd, beschouwe men de god van boog en lier niet onverbrekelijk gebonden aan de negatieve schim van zijn turbulente tegenspeler, en vergete men het beroemde Nietzscheaanse schema, dat trouwens zulke twijfelachtige Apollinische figuren als de wijsgeer Socrates binnensmokkelt...
Apollinisch noemen wij datgene wat zich aandient als een tweeeenheid van maximale beheersing en maximale fijnbesnaardheid. Deze fijnbesnaardheid moet niet verward worden met fijngevoeligheid zonder meer, en zeker niet met ontvankelijkheid en impressionabiliteit. Misschien is ‘kieskeurigheid’ een betere term; hier ligt het accent meer op de kritische functie dan op de emotionele. Men kan zelfs aannemen, dat een meer op de voorgrond tredende ontvankelijkheid, hetzij voor emoties, hetzij voor zintuigelijke indrukken, met de drang tot heersen en beheersen, deze belangrijkste wezenstrek van het Apollinische, niet te verenigen is.
....
(Die) eigenschap is de distantie, het afstand nemen, in letterlijke en figuurlijke betekenis. De Apollinische mens stelt zich op een afstand van de wereld op, nog niet zozeer om haar te overzien of te beoordelen als wel om zijn verantwoordelijkheid voor de wereld te kunnen dragen, en haar de wetten te kunnen stellen, die zij behoeft. Dit afstand nemen is een onvermijdelijk gevolg van de noodzakelijkheid om een ‘archimedisch punt’ bezet te houden, van waaruit zoveel mogelijk gegevens synthetisch te beheersen zijn, zonder dat men gedwongen is tot de dingen zelve af te dalen. Hiermee hangen enkele andere eigenschappen samen. Een veelal slecht ontwikkelde zintuigelijkheid, een zekere onwil om zich met aardse complicaties, levensbeelden en natuurgetrouwe portretten in te laten, een nauw verholen minachting voor het realistische detail, dit alles karakteriseert de Apollinische kunstenaar al evenzeer als de priesterlijke agressiviteit, waarmee hij zich, mocht het dan eindelijk eens nodig zijn, onder het gewoel mengt, zich openbaart, en zijn woord spreekt, - méér doet hij gewoonlijk niet.
....
Iedere Apollinische kunstenaar is eenzaam, - hij begint ermee het te zijn, en hij behoort het te zijn in zijn begin. De uitwaaierende krachtvelden, waarover hij synthetisch heersend beschikt, plaatsen hem in een brandpunt, dat al haast in het oneindige schijnt te liggen, zodat het meest volledige, want alzijdige contact gelijkstaat met gemis aan contact, te meer omdat de dingen zelden antwoorden met een Apollinische weerklank en zich te vaak gedragen als werden zij niet beheerst. Zodra nu echter de Apollinische persoonlijkheid bespeurt, dat de ijzerdeeltjes, waaruit de wereld is samengesteld, zich niet naar hem richten en hem niet als hun magneet aanvaarden, zal hij bepaalde normen opstellen die een zuivering van de chaos beogen, een scheiding in geladen en ongeladen, door hem beheerste en niet beheerste onderdelen, en deze drang tot zuivering, of katharsis, zal dan tot het einde van zijn ontwikkeling beslissend voor hem blijven. Naar de wijze, waarop de zuivering wordt nagestreefd, zou ik drie stadia willen onderscheiden. In het eerste stadium vergenoegt de magneet er zich mee de door hem aangetrokken en hem reeds aanklevende ijzerdeeltjes alleen maar zo goed mogelijk te rangschikken; in het tweede wordt een klein segment der werkelijkheid uitgezocht om er de magnetische krachten op te beproeven; terwijl het derde gekenmerkt wordt door pogingen tot contact met àl het bestaande, met de wereld in haar geheel.
...
Apollo is cultuurgod bij uitnemendheid; hij is geen individuele god, zoals Dionysos. Daar staat echter tegenover, dat, waar Dionysos een gemeente als het ware pleegt aan te waaien (een ‘thiasos’ van faunen en hysterische vrouwen volstaat!), Apollo de kandidaat-volgelingen eerder van zich afstoot door zijn kieskeurigheid. Dionysos is altijd onmiddellijk bij de hand, haast al vóórdat hij aangeroepen wordt; hij dringt zich zelfs op, slaat met zijn vloek degene die hem durft weerstaan.
Apollo daarentegen bewaart de distantie, en wil alleen maar vereerd worden als ‘voorbeeld’, niet ter identificatie, zoals dat in de Dionysosdienst geschiedt, althans in de latere mysteriëns De vulgaire mens mag geen Apollo wòrden, hij mag slechts zorgen voor de ‘weerklank’, en waar deze weerklank ontbreekt, zoals de Apollinische persoonlijkheid Marsman dit voor zijn geval meende te moeten vaststellen, daar trekt de god zich al spoedig in strenge afzondering terug, om nog slechts in adviezen aan gelijkgezinden, ... zijn wetgevende werkzaamheid voort te zetten.
In een blog, later opgenomen in het ‘ BoeddhistischDagblad’ , schreef Edel Maex:
Er is een verschil tussen poëzie en filosofie. Thich Nhat Hanh benadrukt vaak dat we moeten beseffen dat de mensen die de Bijbel of de Mahayana Sutra’s geschreven hebben dichters waren en geen wetenschappers of filosofen. Daarom is het voor sommige teksten misschien maar best ze te zingen.
Niet alleen worden hiermee ‘filosofie’ en ‘wetenschap’ niet echt positief bejegend, ook wordt gesuggereerd dat het boeddhisme (de Dhamma of Dharma) niet wetenschappelijk of filosofisch van aard is maar poëtisch van aard. Niet primair of zelfs helemaal niet.
Mijn tweede vraag is of dit ook de Sutta’s geldt, als onderdeel van de Pali Canon dus? Oppervlakkig gezien zeker niet, de meeste Sutta’s bevatten vooral opsommingen; slechts af en toe afgewisseld door meer poëtische teksten die het prozaïsche herhalen. Wat historisch (in deze orale traditie, dat moet benadrukt worden) het eerste kwam, de proza of de poëzie, weet ik niet, zeker niet van alle teksten.
M’n eerste vraag of het een goede tegenstelling is? Ik denk van niet.
Op een strenge manier zou ik zeggen: het gaat noch om wetenschap (wat daar ook onder verstaan wordt) noch om filosofie (idem) noch om poëzie maar om soteriologie , een term uit het Christendom maar in het Boeddhisme te verstaan als: hoe het lijden te beeindigen ?
Dat vind ik. Maar het brengt een discussie tussen boeddhistische tradities niet veel verder, want daar gaat het me hier om. Ik heb namelijk de indruk dat sommige Zen-boeddhisten en iemand als Thich Nhat Hanh de concepten dukkha en samsara niet erg centraal stellen in hun uitingen, om het voorzichtig te zeggen
Ik ben niet te beroerd om het stelliger te zeggen: die de concepten dukkha en samsara hebben verdonkeremaand in hun Dharma.
Een helder statement, een diepe overtuiging, die helaas toch de meeste lezers niet zal overtuigen.
Daarom wil ik als denkoefening gebruik maken van een andere tegenstelling, zeer filosofisch en ook poëtisch èn wetenschappelijk (want als reflectie op kunstwerken): Apollinisch versus dionysisch
Mijn vraag is of dit ook van toepassing is op vormen van boeddhisme, op diverse tradities als geheel, met elkaar vergeleken of of diverse vormen van beoefenen van het boeddhisme op persoonlijk niveau?
Ik denk van wel, anders zou ik niet verder geschreven en gepubliceerd hebben.
Eerst korte definities (uit Wikipedia)
Dionysisch betekent extatisch (ondoordacht, geestesvervoering, onrustig, dronkenschap en onbeheerst); deze term is ontleend aan de Griekse god Dionysus.
Het tegenovergestelde wordt meestal aangeduid met
Apollinisch betekent rustig (doordacht, overdacht en beheerst); deze term is ontleend aan de Griekse god Apollon.
Deze termen worden vaak gebruikt om een geestesgesteldheid aan te duiden bij een benadering van een uiting (beeld of geluid).
Meestal wordt de tegenstelling – of beter gezegd het spanningsveld – tussen deze twee gesteldheden’ oorspronkelijk toegeschreven aan Nietzsche maar ze blijkt eerder door Schelling gebruikt te zijn.
Wat me heeft geïnspireerd is een essay van Simon Vestdijk (dan moet je wel oud zijn, wie leest er nu nog Vestdijk?) H. Marsman als Apollinische persoonlijkheid (wie leest er nu nog Marsman?)
In een bijlage neem ik een paar fragmenten uit dit essay over, passages over het werk van Marsman overslaand.
Het wat vrij interpreterend (en voorzover ik het heb begrepen), zou ik willen zeggen:
A. Er zijn vormen van boeddhisme die vrij makkelijk de beoefening ervan in Dionysische richting bevorderen. ´Zen´, bijvoorbeeld, hoewel er ook meer Apollinisch gerichte Zen-beoefenaren zijn.
B. Er zijn vormen van boeddhisme die vrij makkelijk de beoefening ervan in Apollinische richting bevorderen. 'Theravada´, bijvoorbeeld, hoewel er ook meer Dionysisch gerichte Theravadins zijn.
Ik hoop met dit begrippenpaar een soort neutrale taal te hebben kunnen introduceren waarin de discussie tussen beoefenaren gevoerd kan worden, zoals in het Boeddhistisch Dagblad bv Edel Maex, Dick Verstegen en Jules Prast bepleit hebben.
Zie hier en hier .
Mijn probleem met hun bijdragen was dat ze zelf ´poëtisch´ en ´Dionysisch´ van aard waren en dus niet perfect een gezamenlijk gedragen taal inhielden.
Want: hoe discussieer je in godsnaam met een dichter ?
Omgekeerd zouden zij mogelijk van mij kunnen zeggen:
Hoe kan je in godsnaam met een wetenschapper/filosoof komen tot een dialoog, je laten verbazen, van elkaar leren ?
HET antwoord op die vragen heb ik niet. Zelf denk ik aan de stekelvarken-benadering: heel voorzichtig.
Misschien moet een tot het dionysische geneigde boeddhist juist zoeken naar apollinische elementen in zijn/haar eigen boeddhistische traditie.
En moet omgekeerd een tot het apollinische geneigde boeddhist juist zoeken naar dionysische elementen in zijn/haar eigen boeddhistische traditie.
Laat ik twee voorbeelden geven vanuit mijn vrijzinnige (ik ben dus een slecht model) Theravada perspectief:
- De Pali Canon bevat ook prachtige poëtische – maar tegelijk spirituele – teksten.
Bijvoorbeeld de ´Verzen van de Nonnen´ ( Therigatha ) en de ´Verzen van Monikken´ ( Theragatha .)
- Het beoefenen bevat allerlei elementen. Strenge tekst (Dhamma-)studie tot en met diverse meditatie-vormen. De hier meest bekende vorm vipassana wordt wel analytisch genoemd en kan ik ook apollinisch noemen.
De metta -meditatie en de richting absorptie (jhana) gaande samatha wordt door veel meer innerlijke (want we doen het wel in stilte !) ' uitbundigheid ' gekenmerkt.
Gezongen, gechant, wordt er in Theravada-kloosters soms ook; daarbij wordt er echter in het geheel niet naar gestreefd esthetisch aangename geluiden voort te brengen; ik ken althans weinig mensen die daar lyrisch van worden.
Een paar fragmenten uit het essay ´ Marsman als Apollinische persoonlijkheid ´ door Simon Vestdijk
Niet voor niets hadden in Delphi de beide goden, Apollo en Dionysos, het jaar onder elkaar verdeeld, zij het ook in ongelijke delen! Bij een mythologische plaatsbepaling als hier beproefd, beschouwe men de god van boog en lier niet onverbrekelijk gebonden aan de negatieve schim van zijn turbulente tegenspeler, en vergete men het beroemde Nietzscheaanse schema, dat trouwens zulke twijfelachtige Apollinische figuren als de wijsgeer Socrates binnensmokkelt...
Apollinisch noemen wij datgene wat zich aandient als een tweeeenheid van maximale beheersing en maximale fijnbesnaardheid. Deze fijnbesnaardheid moet niet verward worden met fijngevoeligheid zonder meer, en zeker niet met ontvankelijkheid en impressionabiliteit. Misschien is ‘kieskeurigheid’ een betere term; hier ligt het accent meer op de kritische functie dan op de emotionele. Men kan zelfs aannemen, dat een meer op de voorgrond tredende ontvankelijkheid, hetzij voor emoties, hetzij voor zintuigelijke indrukken, met de drang tot heersen en beheersen, deze belangrijkste wezenstrek van het Apollinische, niet te verenigen is.
....
(Die) eigenschap is de distantie, het afstand nemen, in letterlijke en figuurlijke betekenis. De Apollinische mens stelt zich op een afstand van de wereld op, nog niet zozeer om haar te overzien of te beoordelen als wel om zijn verantwoordelijkheid voor de wereld te kunnen dragen, en haar de wetten te kunnen stellen, die zij behoeft. Dit afstand nemen is een onvermijdelijk gevolg van de noodzakelijkheid om een ‘archimedisch punt’ bezet te houden, van waaruit zoveel mogelijk gegevens synthetisch te beheersen zijn, zonder dat men gedwongen is tot de dingen zelve af te dalen. Hiermee hangen enkele andere eigenschappen samen. Een veelal slecht ontwikkelde zintuigelijkheid, een zekere onwil om zich met aardse complicaties, levensbeelden en natuurgetrouwe portretten in te laten, een nauw verholen minachting voor het realistische detail, dit alles karakteriseert de Apollinische kunstenaar al evenzeer als de priesterlijke agressiviteit, waarmee hij zich, mocht het dan eindelijk eens nodig zijn, onder het gewoel mengt, zich openbaart, en zijn woord spreekt, - méér doet hij gewoonlijk niet.
....
Iedere Apollinische kunstenaar is eenzaam, - hij begint ermee het te zijn, en hij behoort het te zijn in zijn begin. De uitwaaierende krachtvelden, waarover hij synthetisch heersend beschikt, plaatsen hem in een brandpunt, dat al haast in het oneindige schijnt te liggen, zodat het meest volledige, want alzijdige contact gelijkstaat met gemis aan contact, te meer omdat de dingen zelden antwoorden met een Apollinische weerklank en zich te vaak gedragen als werden zij niet beheerst. Zodra nu echter de Apollinische persoonlijkheid bespeurt, dat de ijzerdeeltjes, waaruit de wereld is samengesteld, zich niet naar hem richten en hem niet als hun magneet aanvaarden, zal hij bepaalde normen opstellen die een zuivering van de chaos beogen, een scheiding in geladen en ongeladen, door hem beheerste en niet beheerste onderdelen, en deze drang tot zuivering, of katharsis, zal dan tot het einde van zijn ontwikkeling beslissend voor hem blijven. Naar de wijze, waarop de zuivering wordt nagestreefd, zou ik drie stadia willen onderscheiden. In het eerste stadium vergenoegt de magneet er zich mee de door hem aangetrokken en hem reeds aanklevende ijzerdeeltjes alleen maar zo goed mogelijk te rangschikken; in het tweede wordt een klein segment der werkelijkheid uitgezocht om er de magnetische krachten op te beproeven; terwijl het derde gekenmerkt wordt door pogingen tot contact met àl het bestaande, met de wereld in haar geheel.
...
Apollo is cultuurgod bij uitnemendheid; hij is geen individuele god, zoals Dionysos. Daar staat echter tegenover, dat, waar Dionysos een gemeente als het ware pleegt aan te waaien (een ‘thiasos’ van faunen en hysterische vrouwen volstaat!), Apollo de kandidaat-volgelingen eerder van zich afstoot door zijn kieskeurigheid. Dionysos is altijd onmiddellijk bij de hand, haast al vóórdat hij aangeroepen wordt; hij dringt zich zelfs op, slaat met zijn vloek degene die hem durft weerstaan.
Apollo daarentegen bewaart de distantie, en wil alleen maar vereerd worden als ‘voorbeeld’, niet ter identificatie, zoals dat in de Dionysosdienst geschiedt, althans in de latere mysteriëns De vulgaire mens mag geen Apollo wòrden, hij mag slechts zorgen voor de ‘weerklank’, en waar deze weerklank ontbreekt, zoals de Apollinische persoonlijkheid Marsman dit voor zijn geval meende te moeten vaststellen, daar trekt de god zich al spoedig in strenge afzondering terug, om nog slechts in adviezen aan gelijkgezinden, ... zijn wetgevende werkzaamheid voort te zetten.
donderdag 17 januari 2013
Kom op, brave boeddhisten, doe eens wat polemisch !
Deze titel is een vrije vertaling van een recent artikel van Glenn Wallis
' Come On, X-Buddhists, Pump Up the Polemos! '. Zie hier .
‘Polemos’ was in de griekse mythologie de daemon of god van de (burger)strijd; het mag ook als ‘confrontatie’ worden vertaald.
Wallis roept de X-Boeddhisten, (‘ Brave Boeddhisten ’ noem ik ze, vrij in het Nederlands vertaald) en bijna alle Westerse boeddhisten vallen eronder, op om eens wat polemischer te zijn.
Er zijn mensen in boeddhistich Nederland die vinden dat sommigen (met name ‘ongebondenen’) zich onheus uitlaten over andere boeddhisten, op de man spelen en zich daarmee onboeddhistisch (want onzuiver sprekend ) gedragen.
Deze mensen moeten eens wat van Glenn Wallis lezen, een amerikaans boeddholoog en zeer critisch boeddhist. Zie zijn websites www.nonplusx.com en speculativenonbuddhism.com
Een aantal passages uit dit tot polemiek oproepende artikel van Wallis :
...
"Is there any such thing as x-buddhistic polemics ? Or are x-buddhists too busy primming themselves with right speech, loving kindness, and equanimity to consider such nastiness? I can imagine my x-buddhist friends asking how I can even suggest that the perpetually-grinning paragons of compassion that are their beloved teachers would even want to engage in something as ‘un-buddhist’ as polemics.
Come to think of it, I have to ask them a question right back: Is it conceivable that your myriad x-buddhist values (compassion, right speech, renunciation, loving-kindness, forbearance, right thought, etc., etc., etc.) are precisely a passive form of polemics ? ...
A speculative non-buddhist thesis holds that x-buddhism is incapable of the self-critique that might permit what Benjamin refers to as a “genuine polemics” (more on this below). One reason for x-buddhism’s failure in this regard is the centripetal force that dharmic decision exerts on the thinking and behavior of all x-buddhists. To be an x-buddhists is to be reflexively beholden, affectively and cognitively, to the force of dharmic postulation. The x-buddhist is x-buddhist precisely insofar as s/he seeks—indeed, is impelled toward—the pure point of dharmic verity.
Decisional reflexivity explains why intra-buddhist discussions and debates are so vapid. It also explains why x-buddhist blogs, magazines, dharma talks, podcasts, websites, Facebook pages, about.com sermons, and all the rest are predictable to the point of brain-corroding monotony: all of them, no matter what their particular x represents, simply spin around and around, shoulder to shoulder, on the same reeling pulpit. For decision, as the speculative non-buddhist thesis goes, is a fecund supposition of uncircumventable validity that manifests as infinite iterations of ‘x-buddhism.’
This state of affairs can explain in one swoop both the insipid nature of intra- x-buddhist dialogue and the non-existence of robust contemporary Buddhist-Non- Buddhist (Christian, etc.) polemics.
...
... a question: Why do x-buddhists behave like such disingenuous duckies when debating their views? “
Nederlandse boeddhisten die niet van polemisch boeddhisme houden, doen dat mogelijk vanuit twee argumenten:
(1) Het is ‘onzuiver spreken’ en dus strijdig met het Edele Achtvoudige Pad
De derde pad-factor is ’ juist spreken ' ; met als subthema’s:
1. Onthouding van het vertellen van leugens
2. Onthouding van het spreken van lasterende taal
3. Onthouding van het spreken van harde woorden
4. Onthouding van onzinnig gepraat
Voorzover het de bezwaarmakers om het tweede subthema (lasterende taal) gaat, hebben ze een punt; mijn opvatting is: niet op de man spelen
Voorzover ze het echter hebben over het derde subthema (harde woorden) hebben ze in mijn opvatting ongelijk : het gaat bij de critici niet om stevige taal als doel op zich maar om de Dharma; vaak: terwille van de toekomstige ontwikkeling van het boeddhisme in Nederland die we niet in de uitverkoop willen zetten.
(2) Het is onaangenaam om te horen, boeddhisten zijn toch van ‘liefdevolle vriendelijkheid’, dus aardig zijn tegen elkaar. (Om het maar niet over het modieuze ‘respect’ te hebben). Mijn reactie daarop: O ja? Waarom? De Boeddha was (in de Pali Canon en m.i. ook in heel wat Mahayana Sutra’s) bepaald niet soft tegen degenen die zaken beweerden in strijd met de Dhamma/Dharma.
Merkwaardig is daarentegen dat aan onzinnig gepraat (ook wel genoemd ‘gebabbel’), nauwelijks erg wordt gevonden door vertegenwoordigers van het georganiseerde boeddhisme.
De voordelen van ‘polemisch boeddhisme’ zijn er duidelijk ook: ze scherpen de geest, maken duidelijk wat de waarde van de Dharma nu eigenlijk is, voor zowel schrijver als lezer/toehoorder.
En het vermindert het oubollige karakter wat het boeddhisme de laatste jaren in Nederland toch wel heeft gekregen. In het verlengde daarvan: in onze (Westerse) cultuur vinden allerlei veranderingen plaats, de vorm die de Dharma daarin krijgt moet ook veranderen; niet omdat veranderen op zich zo positief is maar omdat de context van de Dharma, van het reeel bestaande boeddhisme verandert. De verandering kan alleen in discussie plaatsvinden.
Dus: Kom op, brave boeddhisten, doe eens wat polemisch !
' Come On, X-Buddhists, Pump Up the Polemos! '. Zie hier .
‘Polemos’ was in de griekse mythologie de daemon of god van de (burger)strijd; het mag ook als ‘confrontatie’ worden vertaald.
Wallis roept de X-Boeddhisten, (‘ Brave Boeddhisten ’ noem ik ze, vrij in het Nederlands vertaald) en bijna alle Westerse boeddhisten vallen eronder, op om eens wat polemischer te zijn.
Er zijn mensen in boeddhistich Nederland die vinden dat sommigen (met name ‘ongebondenen’) zich onheus uitlaten over andere boeddhisten, op de man spelen en zich daarmee onboeddhistisch (want onzuiver sprekend ) gedragen.
Deze mensen moeten eens wat van Glenn Wallis lezen, een amerikaans boeddholoog en zeer critisch boeddhist. Zie zijn websites www.nonplusx.com en speculativenonbuddhism.com
Een aantal passages uit dit tot polemiek oproepende artikel van Wallis :
...
"Is there any such thing as x-buddhistic polemics ? Or are x-buddhists too busy primming themselves with right speech, loving kindness, and equanimity to consider such nastiness? I can imagine my x-buddhist friends asking how I can even suggest that the perpetually-grinning paragons of compassion that are their beloved teachers would even want to engage in something as ‘un-buddhist’ as polemics.
Come to think of it, I have to ask them a question right back: Is it conceivable that your myriad x-buddhist values (compassion, right speech, renunciation, loving-kindness, forbearance, right thought, etc., etc., etc.) are precisely a passive form of polemics ? ...
A speculative non-buddhist thesis holds that x-buddhism is incapable of the self-critique that might permit what Benjamin refers to as a “genuine polemics” (more on this below). One reason for x-buddhism’s failure in this regard is the centripetal force that dharmic decision exerts on the thinking and behavior of all x-buddhists. To be an x-buddhists is to be reflexively beholden, affectively and cognitively, to the force of dharmic postulation. The x-buddhist is x-buddhist precisely insofar as s/he seeks—indeed, is impelled toward—the pure point of dharmic verity.
Decisional reflexivity explains why intra-buddhist discussions and debates are so vapid. It also explains why x-buddhist blogs, magazines, dharma talks, podcasts, websites, Facebook pages, about.com sermons, and all the rest are predictable to the point of brain-corroding monotony: all of them, no matter what their particular x represents, simply spin around and around, shoulder to shoulder, on the same reeling pulpit. For decision, as the speculative non-buddhist thesis goes, is a fecund supposition of uncircumventable validity that manifests as infinite iterations of ‘x-buddhism.’
This state of affairs can explain in one swoop both the insipid nature of intra- x-buddhist dialogue and the non-existence of robust contemporary Buddhist-Non- Buddhist (Christian, etc.) polemics.
...
... a question: Why do x-buddhists behave like such disingenuous duckies when debating their views? “
Nederlandse boeddhisten die niet van polemisch boeddhisme houden, doen dat mogelijk vanuit twee argumenten:
(1) Het is ‘onzuiver spreken’ en dus strijdig met het Edele Achtvoudige Pad
De derde pad-factor is ’ juist spreken ' ; met als subthema’s:
1. Onthouding van het vertellen van leugens
2. Onthouding van het spreken van lasterende taal
3. Onthouding van het spreken van harde woorden
4. Onthouding van onzinnig gepraat
Voorzover het de bezwaarmakers om het tweede subthema (lasterende taal) gaat, hebben ze een punt; mijn opvatting is: niet op de man spelen
Voorzover ze het echter hebben over het derde subthema (harde woorden) hebben ze in mijn opvatting ongelijk : het gaat bij de critici niet om stevige taal als doel op zich maar om de Dharma; vaak: terwille van de toekomstige ontwikkeling van het boeddhisme in Nederland die we niet in de uitverkoop willen zetten.
(2) Het is onaangenaam om te horen, boeddhisten zijn toch van ‘liefdevolle vriendelijkheid’, dus aardig zijn tegen elkaar. (Om het maar niet over het modieuze ‘respect’ te hebben). Mijn reactie daarop: O ja? Waarom? De Boeddha was (in de Pali Canon en m.i. ook in heel wat Mahayana Sutra’s) bepaald niet soft tegen degenen die zaken beweerden in strijd met de Dhamma/Dharma.
Merkwaardig is daarentegen dat aan onzinnig gepraat (ook wel genoemd ‘gebabbel’), nauwelijks erg wordt gevonden door vertegenwoordigers van het georganiseerde boeddhisme.
De voordelen van ‘polemisch boeddhisme’ zijn er duidelijk ook: ze scherpen de geest, maken duidelijk wat de waarde van de Dharma nu eigenlijk is, voor zowel schrijver als lezer/toehoorder.
En het vermindert het oubollige karakter wat het boeddhisme de laatste jaren in Nederland toch wel heeft gekregen. In het verlengde daarvan: in onze (Westerse) cultuur vinden allerlei veranderingen plaats, de vorm die de Dharma daarin krijgt moet ook veranderen; niet omdat veranderen op zich zo positief is maar omdat de context van de Dharma, van het reeel bestaande boeddhisme verandert. De verandering kan alleen in discussie plaatsvinden.
Dus: Kom op, brave boeddhisten, doe eens wat polemisch !
Abonneren op:
Posts (Atom)